Tag Archives: Writing

A fever that i can’t sweat out

13 Mrt

Well I’m just a wet dream for the webzine,
Make me it, make me hip, make me scene
Or shrug me off your shoulders
Don’t approve a single word that I wrote

 

Advertenties

shizzle for your nipple

25 Jan

Als journaliste in spé is het geen goed idee om het woord shizzle in de mond te nemen. Niet alleen omdat een journaliste in spé vaak een gloeiend heet drankje in haar mond heeft en niemand ondergespetterd wil worden, maar vooral omdat shizzle nu niet bepaald “je dat” is. Het is het prototype slang dat enkel wiggers durven utiliseren, en ik denk dat het zelfs dààr al passé is.

Er hebben dus al heel wat mensen vreemd opgekeken telkens ik en mijn vriendinnen “-izzle” tot een hoogwaardig achtervoegsel bombardeerden. Misschien verloren we er zelfs opdrachten mee. Toch ben ik de Jeanne D’Arc van het niet-voor-de-hand-liggende lexicon. Woorden die je kan proeven, die je huig kietelen en je lippen doen blozen, ik verzamel ze en spreek ze uit. Mijn liefde voor woorden heeft me echter al vaak teleurgesteld. Aardperen zijn immers niet te vreten, Mitsubishi maakt zover ik weet enkel lelijke auto’s en konkelfoezen levert achteraf enkel problemen op. Franjes raken steevast in de knoop , wanneer je stelselmatig je medemens fnuikt beland je in de hel en kemphaantjes hebben blijkbaar gemene sporen.

Nu moet ik wel zeggen dat ik niet ieder meerlettergrijpgraag woord in mijn hart toelaat; er zijn er waar ik een godsgruwelijke hekel aan heb. Een daarvan, en wieweet zelfs de kroonspanner, is “borstlap”. Volgens de Van Dale is een borstlap een beschermend leer tijdens het schermen maar ik associeer het sans doute met een sportbh, nog zoiets waar ik mottig van word. Ik weet niet hoe het daar op borsthoogte bij u zit, maar ik heb toch wel wat hangen. Afijn, hangen, dat is een werkwoord dat ik ten alle tijden wil vermijden als het om mijn borsten gaat. Daarom draagt men sportbh’s, het schijnt. Afgrijselijk lelijke dingen die er alles aan doen opdat uw partner u bij het uitkleden na een fitnessessie gewoon naar de douche laat gaan, het maakt u ongeveer zo aantrekkelijk als de gemiddelde vrouwelijke worstelaar.

Waarom moeten die dingen perse zo lelijk zijn? Turquoize, zwarte of vleeskleurige stukjes acryl met vier-vijf-zes spanlappen over je tepel en schouderbandjes die zelfs onder een tshirt nog vandaan zouden komen. Ik ben compleet pro- alleswatmijnborstenhunstevigheiddoetbehouden, maar ontwerpers mochten wel eens wat meer hun best doen. Zelfs Stella McCartney slaagde er bij Adidas niet in om rondborstige vrouwen wild op en neer te laten springen. Hun gewone BH’s kunnen dat niet aan en er is no way dat ze hun chest of treasures in zulkiteiten zouden hullen.

Meilleurs designers (leestip: dat moet rijmen!); gebruik eens vrouwelijker materialen, maak het een minder opzichtig ergonomisch kledingstuk. Leuk het op met studs, strikjes of stras, maak het vrolijk en laat hem schreeuwen “hey wees blij! Je hebt tenminste iets dat je tegen hangen moet beschermen in vergelijking met Druiventiet van het vierde verdiep”. Pimp my bra, loezen in the sky with diamonds around the neckline, do you think you can bounce, tieten om te zien! Dan, en pas dàn zal ik me inschrijven voor mijn specialiteit: het Olympisch gehakopdetakspringen, wat een goede sportbh vereist.

(aangezien mijn blogpost onsamenhangend gebrackel is krijgt u ook de keuze tussen TWEE nummers!)

of

Write into my arms

7 Dec

Eindelijk heb ik mijn langverwachte brief van Balthazar aangekregen. Ik weet niet wat jullie, maar zulk schrijfsel verdient een handgeschreven bedankbriefje van mijnentwege. Wordt dus ongetwijfeld vervolgd…

All that twitters is gold

5 Nov

Zoals in mijn vorige blogpost al vermeld staan vele journalisten-in-spé niet te trappelen om social media te gebruiken. Ze hebben allemaal facebook, en sinds kort een opgelegde blog, maar als je jezelf uit als een twitterista wordt je in je gezicht uitgelachen. Nochtans zal twitter naar mijn mening een steeds belangrijkere rol invullen in het communicatieproces. In volgende belachelijk lange blogpost probeer ik hen ervan te overtuigen de gevaarlijke stap naar het Twitterdom te wagen. Ja lui, ik ben een digitale hoer en doe er alles aan om mijn aantal followers te overtuigen. Zij spreken academisch, ik waag me er voor een keertje ook aan.

Op een voorheen ondenkbare schaal biedt het internet tegenwoordig de mogelijkheid informatie te publiceren, door te geven, op te zoeken en te gebruiken. Iedereen kan die gegevens afhalen, en iedereen kan er ook aan toevoegen. Geloofwaardigheid en integriteit staan onder druk in deze snelle toevoer van informatie. Steeds meer diensten en overheidsdata kunnen digitaal worden geleverd, waardoor burgers, overheid en media interactiever met elkaar kunnen communiceren.

In deze overvloed aan informatie zoeken journalisten naar betrouwbare bronnen. En dat is niet altijd even gemakkelijk.

De concurrentie is groot, en de dorst naar snelheid en de drang een scoop vast te hebben is enorm. De druk om allerlei verhalen en geruchten in een vroeg stadium naar buiten te brengen wordt hoger, want anders gebeurt het via Internet. Datzelfde internet dat wereldwijd te raadplegen teksten bevat, geschreven door mensen die deuren openen die voor anderen gesloten blijven, wordt steeds meer als journalistiek medium beschouwd. En waarom ook niet?

Op 26 november 2008 beleefde de Indiase stad Mumbai haar 9/11. Negen terroristen vielen zwaar gewapend verschillende doelwitten binnen. Het dodenaantal liep op tot meer dan 180. Overal in de stad zochten mensen, slachtoffers en ooggetuigen toevlucht tot hun gsm’s. Om hun familie te verwittigen, om op hun mobieltje naar nieuwsuitzendingen te kijken, maar ook om hun ooggetuigenverslag en actuele ontwikkelingen met de wereld te delen.

Nog voor andere traditionele media over de aanslagen berichtten verschenen er verschillende korte berichten op twitter. Wanneer op de hoofdpagina van twitter.com de zoekterm “mumbai” ingegeven werd viel er te lezen hoe verschillende getuigen verslag uitbrachten van wat er zich op dat moment in hun stad afspeelde. Een screenshot.

Toch was dit niet allemaal even ayo-positivo. Vele kranten en nieuwssites namen deze korte berichtjes immers over als zijnde correcte informatie, aangezien de afzenders van deze informatie ooggetuigen waren. Er werd geen rekening gehouden met correctheid van informatie, en al gauw stond het internet vol over deze aanslagen. Journalist K Hendrickx schreef hierover in De Morgen van 28 november “De intensiteit van het elektronische verkeer toont hoe de erg technologiegeoriënteerde Aziaten steeds vaker ook burgerjournalisten worden. Vooral bij grote rampen zoals nu of bij een aardbeving in China eerder dit jaar blijken ze stukken sneller en vollediger dan de traditionelere media. Ook bij de tsunami in 2004 of na de treinexplosies in 2006, ook al in Mumbai, speelde het internet een prominente rol.” 


Het probleem situeert zich dus niet enkel rond de betrouwbaarheid van de online-informatie, maar ook rond de snelheid van het informatieproces. Twitter heeft hier en in het verleden gezorgd voor breaking news en zou de journalistiek dus van pas kunnen komen. Maar is twitter wel journalistiek? Wat is de rol van twitter binnen de traditionele media? En hoe kunnen (of beter: MOETEN) deze traditionele media inspelen op de nieuwe marktspeler?

Wie Twitter gebruikt, antwoordt steevast op de vraag “What are you doing now?” Het vertrekt vanuit de ik-persoon: wat ervaart de twitteraar? Uit de definities van journalistiek springen de woorden ‘waarheid’, ‘onpartijdigheid’, ‘informatie met bekende oorsprong’ in het oog. Journalistiek vertrekt dus vanuit feiten, niet vanuit indrukken. Op basis hiervan kunnen we al concluderen dat twitteraars geen journalisten zijn. Ze zijn zelden objectief, zelden onpartijdig.

De twitter feed in de screenshot is meer gebaseerd op indrukken dan op feiten. Niemand van de twitteraars weet zeker wat er gebeurt. Ze horen schoten. Iemand denkt aan straatgeweld en bendes. Het is niet minder maar zeker ook niet meer dan een ooggetuigenverslag, doorspekt van emoties. Daarom dat twitter hooguit een journalistieke bron kan zijn. Twitter echter “journalistiek” noemen doet journalisten, die de journalistieke deontologie moeten volgen, oneer aan.

Twitter valt daarom onder de noemen “burgerjournalistiek”, ook wel citizen journalism genoemd. Met de komst en de groei van het wereldwijde web is de burger niet langer een consument van informatie, maar hij kan ondertussen ook zélf informatie produceren. De journalistiek is in principe een vrij beroep, en dat zorgt ervoor dat iedereen zich journalist kan noemen; iedereen heeft recht op vrije meningsuiting. Maar daarom is niet iedereen een journalist. Wat journalisten onderscheidt van de zogenaamde al dan niet anonieme“burgerjournalisten” is dat journalisten rechtstreeks aanspreekbaar zijn, en dus ter controle of verantwoording kunnen worden geroepen. Voorts is een journalist opgeleid en onderhevig aan enkele ethische codes.

Journalistiek stelt immers eisen aan de gehanteerde methode om feiten de bepalen, en het belangrijkste kenmerk daarvan is verifieerbaarheid, zoals Peter Vasterman van De Nieuwe Reporter zegt. “Het moet mogelijk zijn om de werkwijze van de journalist te controleren en na te gaan of hij of zij op een betrouwbare manier tewerk is gegaan. Je zou kunnen zeggen dat er pas sprake is van journalistiek als aan die eisen van waarheidsvinding is voldaan.”

Bij burgerjournalistiek is dat niet het geval. Men kan daarom beter spreken van burgerverslaggeving, en die staat in tegenstelling tot de werkelijke journalistiek niet garant voor betrouwbaarheid. Tenslotte kan iedereen, en dat wil zeggen zowel een professor als een grappenmaker, zijn ‘nieuws’ de wereld insturen. Hij of zij hoeft daar niet eens verantwoording voor af te leggen: het kan allemaal anoniem via sociale media als weblogs of Twitter.

Hoort Twitter dan absoluut niet thuis in de journalistieke media? Toch wel. Twitter is dé plaats waar nieuws doorkomt. Breaking news. Terwijl de gewone journalist nog onderweg is naar de plaats van de feiten, zit de burger er met zijn neus op. Elke gsm heeft tegenwoordig een camera, een videofunctie, kan online gaan, … Waarom zou je daar als klassiek medium geen beroep op doen?

De maatschappelijke verantwoordelijkheid van de media weegt soms te zwaar op een enkele journalist. Want zoals Will King van CNN het zo mooi verwoordde: 

it’s always prime time somewhere

Citizen journalism kan hierbij een handje helpen. Elke journalist hoort van Twitter gebruik te maken. Het geeft  hen oneindig veel mogelijkheden om scoops op te doen, om geschikte interviewees te treffen, zelfs om materiaal te vinden dat een verhaal kan staven.

Twitter is echter geen persagentschap, en de informatie moet dus driedubbel gecheckt worden door de journalist. Maar samenwerking tussen de journalistiek en de social media sites is zeker mogelijk -misschien zelfs noodzakelijk- in de toekomst.

Ook Shayne Bowman en Chris Willis pleiten in hun “We Media” voor 
participatory journalism: The act of a citizen (or group of citizens) playing an active role in the process of collection, reporting, analyzing and disseminating news and information. The intent of this participation is to provide independent, reliable accurate, wide-ranging and relevant information that a democracy requires.

Door coöperatie en dialoog kunnen de twee partijen elkaar aanvullen en verrijken. Uiteraard moet deze samenwerking gereguleerd worden en onderhevig zijn aan enkele gedragscodes.  Als waakhond van de democratie kan de journalist de burgerreporter immers niet uitsluiten, maar hij kan er wel beter en kritischer mee leren omgaan. Als hieraan voldaan kan worden treden we een wereld overladen van snelle maar vooral juiste informatie tegemoet. En dat komt iedereen ten goede, zeker de op aandacht beluste sensatienarcisten als mezelve! 

 Met dank aan en in de spirit van #FF; @avaneech en @boskabout.  Als deze laatste zin voor jullie gelijkstaat aan Chinees (/sinologie-studenten) is het hoog tijd dat jullie de overstap wagen. So twitter up, classmates, you’re in for a treat.

Greetings,

@FakePlasticRuby

  PS: wie een andere blog omtrent het Mumbai-gebeuren en wat dit voor de journalistiek heeft betekend wil lezen kan dat hier. Zorg wel dat uw Engels up-to-the-le-date is.

 

Sink Or Swim

5 Nov

For centuries, writers have experimented with forms that evoke the imperfection of thought, the inconstancy of human affairs, and the chastening passage of time. But as blogging evolves as a literary form, it is generating a new and quintessentially postmodern idiom that’s enabling writers to express themselves in ways that have never been seen or understood before. Its truths are provisional, and its ethos collective and messy. Yet the interaction it enables between writer and reader is unprecedented, visceral, and sometimes brutal. And make no mistake: it heralds a golden era for journalism.

Andrew Sullivan, befaamd blogger voor The Atlantic maakt in zijn volledig blogonwaardige Why-I-Blog-post van negen A4-tjes duidelijk waarom hijzelf begonnen is met bloggen. Hij ziet het onderandere als een noodzakelijk tool voor journalisten, een mooie uitlaatklep voor aspirant-schrijvers. Yet still…

Een van de eerste schoolweken tijdens mijn nieuwe masteropleiding journalistiek werd ons een lezing voorgeschoteld van Roland Legrand. Chef Nieuwe Media bij De Tijd en zelf ook blogger/twitterveslaafd. Hij kwam met dezelfde verlichtte boodschap: spam uw gedachten het internet rond. Gebruik die wondere digitale wereld voor nieuwsgaring en nieuwsverspreiding. Mijn klasgenoten zaten en keken ernaar, vaak met een conformistische “fuck het intenet”-blik op hun ambitieuze smoeltjes gebeiteld. Met een uitzondering of twee waren al die mensen die “droomden van schrijven” en claimden “geïnteresseerd te zijn in zowat àlles” nog niet aan een blog begonnen. Groot was hun ergernis en verbazing toen bekend werd gemaakt dat ze, jawel, zélf een blog zouden moeten opstarten. We zijn nu een maand verder en wanneer ik sommige schrijfsels van mijn klasgenoten en topjournalisten-in-spé lees snap ik bij de amehoela niet waarom ze er zo wijfelachtig tegenover stonden. Er zitten werkelijk héél erg goede blogs bij, waar ik geen reclame voor zal maken teneinde ooit nog vriendjes te maken. U kan echter HIER zelf al klikkendeweg oordelen over het blogpotentieel van de Geschreven-En-Online-Media-lichting van dit jaar.

Ik was een van de geeks die al het internet bevuilt sinds 2008. Op die twee jaar tijd heb ik complete shit en waarlijke meesterwerken gedeeld met mijn vrienden en liefhebbers, en FakePlasticRuby is een ienieminimerkje geworden. Ik heb lovers, ik heb haters, en het overgrote merendeel van de bevolking heeft nog nooit van mij gehoord. Toch hanteer ik al jaren het handelsmerk: “ik blog, dus ik besta“. Zo ook Sullivan: 

What endures is a human brand. Readers have encountered this phenomenon before. It stems, I think, from the conversational style that blogging rewards. What you want in a conversationalist is as much character as authority. And if you think of blogging as more like talk radio or cable news than opinion magazines or daily newspapers, then this personalized emphasis is less surprising. People have a voice for radio and a face for television. For blogging, they have a sensibility.

Mijns inziens heb je twee soorten bloggers: de mensen die iets te vertellen hebbben, en mensen die weten hoe iets te vertellen. Ik reken mezelf tot die tweede categorie. Ik heb zelden originele ideeën, en als ik al eens mijn vingers hun gang laat gaan heb ik al meerdere mensen op hun gevoelige tenen getrapt. Mensen die naar mijn blog surfen kennen mijn stijl. Ze weten dat mijn zinnen te lang zijn, dat ik er alles aan doe om te kunnen allitereren, dat mijn liefde voor het Nederlands noodgedwongen doorboord wordt door het Frans. Ik word gedreven door boosheid, passie en bewondering, maar ben te lui om er fundamenteel iets tegen te doen. Ik ben de trut die langs de zijlijn commentaar geeft op uw outfit, maar zelf misschien iets te veel cellulitis heeft voor haar korte jurkje. Ik ben dat hersenloze wicht dat kankert op het mediacircus, maar bij de persverkoper zelf verleid wordt door de krantenkoppen van Het Laatste Nieuws. Ik ben de hypocriete helleveeg, de  theatrale teef, de sadistische snob en de leeghoofdige lellebel. Et Alors? U surft naar mijn blog, u weet wie ik ben, en overduidelijk geniet u ervan.

Eerlijk is eerlijk, ik kreeg ook even het koude zweet toen ik hoorde dat mijn blog beoordeeld zou worden door mijn professor. Want hoe blog-waardig is mijn blog? Dit is voor mij een uitlaatklep voor geschifte oneliners, of voor twitterberichten die te lang zijn. Het is een tabula ranta voor ellenlange betogen die ik op café niet durf te houden en de oppervlakkige nieuwtjes die ik in artikels niet kwijt kan. Er is Een Publiek voor, aangezien ik een gemiddelde van 65 bezoekers per dag heb, maar is dat wel voldoende? Volgens Sullivan alvast wel. Een blog is whatever jij wilt dat het is, het is een verlengde van een dagboek of een persoonlijke krant. Het zijn pamfletten of het is een forumthread. Dat is misschien wat bloggen nowadays zo aantrekkelijk maakt. De grootste nitwit heeft heden ten dage een online platform waar hij of zij af en toe wat op komt brallen. Sullivan noemde het “The financial wherewithal to self-publish. The fearlesness that is now available yo anyone who can afford a computer and an Internetconnection”.

Blog away, I say; en wees trots op wat u schrijft. U maakt deel uit van het digitale tijdperk, u beleeft uw 15 terrabytes of fame. Bijt u erin vast met een gulzigheid die u normaal enkel tijdens de kerstdagen of de Soldenperiode ervaart, en schaam u voor niets. Ik ken bloggers die iedere blog zorgvuldig afwegen. Die een map vol wordbestandjes op hun computer hebben, nog-net-niet-helemaal-klaar om gepublished te worden. Er zitten weken, zelfs maanden tussen hun afzonderlijke blogposts. Dat zijn naar mijn mening, en die van Sullivan, geen bloggers. Dat zijn mensen die hun blog louter gebruiken als gigantisch reclamebord voor zichzelf, en die per uitzondering eens een verlicht-schrijven moment hebben. Zo werkt het echter niet.  Een blogger’s block is onbestaande, u moet uzelf  NU uitdrukken. Op het moment waar de emoties nog door uw lijf gieren, de woede nog op uw lippen schuimt, uw slipje nog nat is van opwinding en uw humor nog kraakvers is.  Alles kan, alles mag, met 1 gulden regel

The key to understanding a blog is to realize that it’s a broadcast, not a publication. If it stops moving, it dies. If it stops paddling, it sinks.

Taaltalluskwelling

19 Jul

Gemijmer op een maandagmiddag leidt al vaak tot hersenkronkels waar zelfs mijn meest ervaren blogbezoekers zich geen raad mee weten. Van mijn ge-hak-op-de-takspring zou een slingeraap nog heel wat kunnen leren!

Nadat ik enkele jaren de Nederlandse taal op zijn meest zuivere manier heb bestudeerd, slaag ik er zelf nog niet altijd in mezelf duidelijk te maken. Let op: ik zou het kunnen. Academisch schrijven, journalistiek schrijven, .. ik heb het allemaal gecrediteerd in de loop der jaren, maar ergens dwalen mijn handen toch steevast af naar verderfelijker oorden. Wat ik schrijf is allesbehalve correct, en vaak zelfs niet aangenaam om te lezen. Mijn zinnen zijn te lang, mijn dubbelzinnigheden te overvloedig en mijn liefde voor alliteraties te overduidelijk. En toch ga ik ermee door, omdat het een stukje van mezelf is.  Enkele blogs geleden dacht ik nog na over het willekeurige verband tussen bloggen en bestaan, en hier ga ik een stapje verder. Is taal en de manier waarop mensen zich uitdrukken volstrekt persoonsgebonden?

Een van de hoofdeigenschappen van natuurlijke menselijke talen is het feit dat ze een zekere creativiteit bevatten. Daarmee bedoelt men niets artistieks, jammergenoeg, maar simpelweg de eigenschap dat de mens met een beperkt aantal arbitraire taaltekens een oneindig aantal aan mogelijkheden heeft om volstrekt unieke zinnen te creëren. Die gedachte windt me uitermate op. Ik ben er zeker van dat ergens op mijn wereldwijde walhalla-ici een zin staat die nog nooit door een ander werd neergevingerd. Een zin die misschien lezers geïnspireerd heeft of heeft doen nadenken. Een bepaalde manier waarop ik toch mijn afdruk of indruk op de wereld heb nagelaten, al is het maar op basis van woordgebruik. Zelf ben ik er zeker van dat mijn Franse insluipers iets te maken hebben met de uitspraken van mijn moeder en het vanachter-naar-voren lezen van al Els De Pauw’s schrijfsels. MonkeySee-MonkeyDo. Voor wie zou ik een voorbeeld zijn? En is het narcistisch of arrogant om te denken dat ik met mijn zinnen, mijn woorden, mijn morfemen iemand penetreer?  Wie werd zwanger van mijn zinsbouw? En kan je van taal en specifieke taaluitdrukkingen genieten zonder deze te laten binnensijpelen in je eigen expressieve systeem? En is dat wat ik wil bereiken?

Ik merk bijvoorbeeld nu al dat deze blog verschilt van voorgaande. Ik stel vragen, ik interreageer met Jou Lieve Lezer! Een tip die me destijds door @greetd werd gegeven maar die ik zelden tot nooit toepaste. Ik ramde maar raak en deelde mijn mening al dan niet gewenst met de wereld, zonder stil te staan of deze überhaupt iets teweeg brengt. Enkele weken geleden heb ik me voor het eerst verdiept in het wijvenfenomeen genaamd Sex And The City. De hoofdrolspeelster annex schrijfster Carrie schrijft in iedere aflevering een column voor een New Yorkse krant over haar leven als single girl (insert the Sex) in The City, gebaseerd op haar eigen ervaringen en die van haar drie beste vriendinnen. Een job waar ik meteen zeven tenen voor over heb, maar dat volledig terzijde. In elk schrijfsel stelt ze zichzelf en de lezers van de krant wel enkele prangende vragen. Vragen die mij als cynicus romanticus van het principe go go go volledig koud laten, maar het moet mensen wel iets doen. Ik ken effectief chicks die hun hele liefdesleven gebaseerd hebben op SJP’s mijmeringen, en het personage heeft een bestsellend boek gebundeld met haar columns. Dus waar ligt het succes?

Dit stukje heeft niets te maken met mijn usual wit, mijn kijk op de wereld of mijn gierende gebeurtenissen. Het is niet overdreven, overdadig of overweldigend, en taaltechnisch is er ook niets spannends aan.  Zelf vind ik het een mijzelfonterend misbaksel. Maar ik heb een doel: mijn lezers. Zie het als een experiment in klantvriendelijkheid. Ik richt me tot hen en stel hen vragen, doe hen nadenken, laat hen kiezen, en liefst van al nog commenten. Toch blijft in een wereld -waarin men in een willekeurige koffiezaak een zevental antwoorden moet geven alvorens hun bestelling geplaatst is- de vraag; willen mensen nog meer vragen?


extraextra: vreest niet, dit wordt allesbehalve de nieuwe toon van mijn gepen, noch zal ik al te veel rekening houden met jullie mening. Mijeringen zijn er om gedeeld te worden, zeker op zulks persoonlijks als een blog.

so sick of being tired and oh so tired of being sick

2 Feb

C’est arrivé de nouveau.

Inleiding: Een goede nachtrust, trainingsbroeken, een pull of vijfendertig vitaminensupplementen, desnoods some revitalose quoi!, en voldoende groenten en fruit. Misschien koffie. Dat zouden de ingrediënten van een succesvolle blok moeten zijn, iedere student weet dit, en toch wordt het verzuimd. Ik ga echter ieder jaar zo ver over de grens dat de lijn niet eens meer te zien is. Hopsend en springend probeer ik nog ergens een puntje van die last frontier achter me te ontwaren, maar tevergeefs. (Hierbij hou ik overigens wel mijn tieten vast, want hangborsten zijn bijna even erg als Haïti.) Dus lak ik mijn teennagels, knal ik de zoveelste redbull achter mn huig en probeer me te bedenken wanneer de laatste keer was dat ik mijn bed nog ns zag. De resultaten zijn meestal ontmoedigend. U denkt nu wellicht een topstudent met faalangst aan de andere kant van het scherm te ontwaren, maar niets is minder waar.

Van de 53 uur die ik wakker woel ben ik er misschien tien productief. Zo gaat dat in Rubyland. MTV.com, E!tv, de dagboeken van Adrian Mole en winkelstraten zonder jengelend rotjoch en ik ben een vogel voor de spreekwoordelijke kat. Als het me belieft een grasparkiet. Na deze uren complete ontspanning is er iets wat ik simpelweg De Paniek zal noemen en zit ik met opengesperde ogen en fluoriscerende inkt op mn kin aan mn bureautje te geven. Rond zes uur ’s ochtends spring ik onder de douche en ren ik naar het station, om dan aan de VUB een hoogstens “treurig” te noemen examen in te leveren. Ondertussen ben ik zo opgefokt dat mijn ontspannings-knallen ritueel zich blijft herhalen tot ik er op een gegeven moment letterlijk bij neerval. Iedere examenperiode mis ik minstens twee examens wegens “complètement cassée dans la clinique”.

 Deze januari 2010 maakte ik het echter wel heel erg bontapprovedbypeta. Een, lichte hersenschudding, stevige maagwandaantasting, nierbekkenontsteking, geblokkeerde ruggenwervel en een trauma aan de linkerknie maakten me het studeren voor en afleggen van de examens Actualiteit2009, Engelse Taalkunde en Algemene Taalwetenschap onmogelijk. Tant pis, ik heb er wel een heerlijk dramatische tijd opzitten en ben een vijftal ongewenste kilootjes kwijt.

Verloop: Aangezien terminaal zieken het mogen maar ik het tenminste kan: mijn ziektedagboek, neergeschreven in ultieme pijn en schtijl op moleskine, voor u overgetokkeld.

VRIJDAG
Wakker geworden met 2 blauwe ogen waar Mike Tyson geen beetje jaloers op zu geweest zijn. Van mn hautaine tak gemaakt; dit was absolument pas part of the plan. Verpleegster met crocs moest met me lachen, ik niet. Heb haar naar het schijnt nog iets naar het hoofd geslinger à la “kijk mij! Mijn ogen naar de knoppen, een bh dragen verboden.. jij gaat de rekening betalen!” maar werd wijselijk genegeerd.

Ik kreeg een yoghurtje, zien of ik het binnen kon houden. Major Failure.

ALLES! IS! KAPOT!

Dude vertelde me net dat ie “niet zo is voor morfine”. Ik startte zijn muziekles met strawberry fields forever. Ik mis mijn iPod zo hard dat het fysiek pijn doet.

Bij deze wens ik CV en IM veel succes met de examens die ik niet kan afleggen.

Straks naar huis. Werd gewassen met zeep die naar oude mannen ruikt maar blijkbaar uit de nieuwste lijn van Rituals komt. Ik wil janken maar dat helpt mn uiterlijk er vast niet op vooruit.

Thuis. Gewassen en gebaad met eigen zeep. Verplicht te bed blijven en géén idee of ik nu dag- of nachtcreme over mn gezicht moet pletsen.

Ik smeerde nachtcreme.

Marimekkodonsdeken, nachtkleedje van Paul Smith en kotsemmer van tupperware. Vies af!

Ik haat Blokken, ik haat Ben Crabbé en ik haat ‘Sven’.

Wakkerworden na een zeteldutje en in de hel die “De generatieshow” blijkt te heten terechtkomen. De leegte die Felice Damiano achtergelaten heeft is immens.

NACHT

Is het fout dat mijn ziel Chinees Nieuwjaar viert bij het denken aan alle kilo’s die er momenteel afsmelten? Als ik op het einde van deze week weer in mn fornarinajeans kan geef ik een smoothieparty

 Mijn been ziet er afschuwelijk (stoer) uit. Zou ik het twitteren?

 ZATERDAG

Het is zes uur ’s ochtends en ik vraag me af wanneer het sociaal aanvaard is om zielig kreunend voor de slaapkamerdeur van je ouders te gaan liggen die beiden een werkdag van tien uur voor de boeg hebben.

Juich ende partij, ik heb mijn eerste slokken water weten binnenhouden. Over vier uurtjes probeer ik het met thee. Hoe awesomely spannend is mijn leven?

De poetsvrouw schrok zich een stoma toen ze mij zag. Ik noteer: aanstelster. In der Polland zijn ze vast wel ergere dingen gewoon, neen?

IM vroeg me net waar de Paul Smith outletstore in Antwerpen was, “maar niet die in de nationalestraat”. Ik hoop dat ze zich vergiste, ofwel begint mijn geheugen ad random dingen te wissen. /Unlike!

Ik zei “dingen” zonder eerst “shizzle” te denken, I’m losing my swagger.

Heb een miniportie spinazie gegeten. Huilde achteraf. Vraag me af hoeveel ik zou zijn bijgekomen.

NACHT

THIS IS SPARTA!

ZONDAG

 Te misselijk om nog op mn nagels te bijten. Er kan nu zelfs vuil onder. Jeugdige mannenschouders van Gent en omstreken: opgelet!

Echte ellende, dit is het. Onmogelijk om te slapen, niettedoen om te studeren en mijn ziektebriefje loopt tot en met maandag. Dinsdag drie examens. Mijn koninkrijk en drie tonnen rijstpap om die alles verzengende hoofd- en nekpijn te laten ophouden.

 Ik loop in een boogje om spiegels maar af en toe is het onvermijdelijk. Gezicht van de dag: taartdeegkleur, bloedloze lippen en zwarte wallen. Mijn papa: “ah! Ik zie dat je gewicht aan het verliezen bent! Mooi zo!” Mag niet janken of mn kop knalt van mn nek.

Net een babyorchidee op mn ziekebed gekregen. De verzorgingsinstructies gaan mn petje te boven, zeker als je weet dat ik een postit op mn badkamerspiegel heb kleven zodat ik niet vergeet mn make-up ’s avonds te verwijderen.

Spanning ten huize Ruby: ik moet straks rood vlees eten kwestie van niet meer flauw te vallen en mijn dosis pijnstillers te mogen verhogen.

Epiloog: ik at de steak, en at daarna nog veel meer. De donderdag erna ben ik beginnen schransen tot ik erbij neerviel. Dat was gelukkig al na een kleine halve pizza. De wereld wil me mager, je zal het zien! Ondertussen hos ik alweer vrolijk rond op hoge hakken, knalt er muziek in mn oren en hou ik voedsel redelijk goed binnen. Skivakantie moeten skippen, maar wel extra werk op mn schouders genomen.

Volgende week interview ik The Plasticines, skinny fabulous biatchiz die me instant complexen gaan bezorgen, hoogtijd dat ik nog ns met mn kop ergens tegenknal. Laterz!

Steek van de week

6 Dec

Ik kwam haar tegen. Ontmoette haar, als het ware. Zij. Vlaams. Lesbo. Schrijfster. Of dat laatste zou ze toch moeten zijn. Zij. Tussen gevestigde schrijfwaarden in het Stories For Life boek ten voordele van malariabestrijding. MuskietenKoorts. Een ziekte die ik haar nog net niet toewens, maar het is nipt.  Ellebogen, ze gebruikt hen.  Ze verschijnt op plekken waar ze niet hoort te zijn, ze steelt de ruimte. Van schrijvers. Echte schrijvers. Zoals een Dewulf.  Zoals eender welke goede pennenpoeper die de bladzijden in het SFL-boek beter had benut. Grunberg misschien. Mensen wiens punt niet verloren gaat door overdadige interPUNTie. Geef hen de ruimte. Over het paard getild kalf. Advies, dat heb ik voor je. Adviezen. Drie van hen, Margot.

Donker. Hoekje. Sterf.

Citaat van de dag!

18 Nov

“Enfin, zo groot kan die penis toch niet geweest zijn? Jullie doen net alsof het ding in slappe toestand nog steeds als tochthond gebruikt kan worden!”

Bedankt CV, en ook een beetje BVS.

Liefde voor woorden

20 Aug

struinen, defenestreren, schabouwlijk, sikkeneurig, lankmoedig, balorig, lubriek, hippen, opluisteren, snuisterijen, kamperfoelie, drentelen, badwater, krioelen, gymzaal, flank, kiekendief, besmuikt, starnakel, horlepiep, raamkozijn, traploper, palaver, bekokstoven, zoetgevooisd, scabreus, kuieren, ramenlapper, trammelant, dwarrelen, lendedoek, kreupelhout, clausule, wanstaltig, gefnuikt, melkander, filistijn, summum, affreus, verfomfaaien, pennevriend, dilettant, koket, allooi, smeerpoets, lanterfanten… en galopperen enkel voor de spelling.