Tag Archives: Snowboarding

Snow hey-ho!

12 Feb

Wat zijn Wintersporters eigenlijk idioten. Ik ken persoonlijk geen enkel ander zoogdier dat voor de gedoodverfde “kick” zijn leven op het spel zet met een ratio van één à twee weken per jaar. Een karavaan van auto’s, tot aan de nok volgestouwd met winterjassen, hoofdkussens en pakken cornflakes zijn een vast wederkerend fenomeen op de Franse en Zwitserse snelwegen. De lokale benzinepompbediende lacht in zijn vuistje en denkt wellicht “ils sont foux, quoi?”.  Ja mijnheer, gek, dat zijn ze zeker.

De waanzin begint in feite al bij de voorbereiding. Thermisch ondergoed, een broek waarin hun gat altijd te dik lijkt en een sneeuwbril die zich niets aantrekt van de laatste modevoorschriften. Met opeengeklemde kaken van pijn wurmen ze hun voeten in de marteltuigen genaamd snowboots, waarna deze nog eens aangespannen moeten worden ook. Zo strak mogelijk liefst, tot het bloed wordt afgesneden en blauwe plekken op de wreef en kuiten zich al na drie minuten beginnen te manifesteren. Losse voetjes in losse boots betekenen immers een versplinterde enkel in de eerste bocht. Deze boots verplichten De Wintersporters ook hun plank- of lat-vrije momenten met de elegantie van een geconstipeerde zeebeer door te brengen. Ze waggelen naar de skilift, hobbelig kopen ze nog snel een flesje water voor onderweg en al deinend gaan ze hun noodlot tegemoet.
Op een gemiddelde hoogte van 2500 meter boven de zeespiegel slaakt De Wintersporter nog een laatste oerkreet waarna hij of zij zich met een onheilspellende snelheid naar beneden laat glijden. Ze schuren over ijs, ze missen rotsen op een haartje en zoeven langs dennebomen alsof hun leven hen niet meer lief is. Ze joelen van plezier en willen, oh jawel, “nog een keer”. Na de middag slikken ze hun hart in de keel weg met wansmakelijk non-Inbevbier voor acht euro de halve liter en kwelen ze liedjes mee waar ze zich achteraf zogezegd niets meer van kunnen herinneren. Ze draaien hun “heee-eey baby” (hoeh-hah) van de avond binnen en wankelen, meer van de alcohol dan van de vooreerst genoemde “botinnen”, naar hun veel te kleine en veel te dure appartementje terug. Je moet het hen wel nageven, om 9 uur ’s ochtends staan ze weer gewoon op de piste om het ritueel te herhalen.

Waar halen ze toch telkens dat enthousiasme vandaan? Iedere Wintersporter keert min of meer gewond naar huis terug; hevige zonnebrandwonden, breuken van hart en ledematen, verrokken spieren of een uitgedroogde lever zijn legio na een weekje “puur ontspannen” in de bergen. Een normaal mens vraagt zich af of het dat allemaal wel waard is.

Ik kan jullie verzekeren; dat is het dubbel en dik waard. Op mijn vierde levensjaar leerden mijn ouders me skiën en vanaf mijn vijftiende besloot ik dat het tijd was voor een snowboard. Ieder jaar sta ik in de monsterfiles naar de skigebieden te popelen van ongeduld en kijk ik rijkhalzend uit naar de eerste besneeuwde bergtop. Natuurlijk heb ik ook de nodige blessures vergaard; verstuikte polsen, whiplashes, zelf verschoven ruggenwervels heb ik ervoor over gehad. Niets evenaart immers dat onwaarschijnlijke gevoel van vrijheid wanneer je op een mooie maar ijskoude winterdag door besneeuwde landschappen stuift. Jij en je spieren bepalen de weg, de natuur bepaalt de wijze waarop je die aflegt. Een zwarte piste is een overwinning op jezelf en op de grillige bergkam, een stijle afdaling een adrenalinerush. Er is geen gevoel intenser en daar doet iedere wintersportende zot het voor. En ach, dat bruine kleurtje is ook mooi meegenomen.