Tag Archives: NMBS

Perrongeluk

5 Dec

Per spoor tussen trein en Antwerpen, Gent en mijn thuisbasis. Een wekelijkse bron van ergernis vol stinkende medemensen gebrek aan zitplaats en een overdaad aan eersteklascoupés. Wees gerust, zo gaat deze blog niet verder. Ten eerste deed een zekere Bart C. het al eens beter, ten tweede is schrijven over treinen een beetje 2006, wat de Helaasheid Der Dingen ook moge beweren. 

Ik schrijf eerder uit vreugde dan uit mécontentement. Het doet zo waarlijk veel deugd een semi-intelligent gesprek te horen uit de mond van sporende homo niet zo sapiens. Openbaar vervoerden lijken er immers een sport van gemaakt te hebben, het Zich Belachelijk Maken Op De Trein. Met luide stem en kijkend vanuit hun ooghoeken of iedereen in de coupé hen wel verstaat werpen ze de grootste onzin en de wanstaltigste opschepperij uit hun larynx. Ik ben alvast van plan de meest voorkomende gespreksonderwerpen te inventariseren, maar om er nu al even een gooi naar te doen waren DIT, naast het gebruikelijke haantjesgedrag van zakenmannen, de nimmer aflatende stoerdoenerij van pubers, de nakende examenstress van studenten en het steevast opgewonden gegibber van bejaardenclubs, dé zinnenroerselen van De Treinreiziger tijdens week 49 van het jaar 2009:

– Dossier K
– het degoutant waarachtig koude miezerige fucking kutkloteweer van de afgelopen week, zij het iets eufemistischer. Ik beroep me bij deze op mijn dichterlijke vrijheid.
– Dossier K
– Het nieuwe seizoen van De Slimste Mens
– Dossier K
– en soms ook over Dossier K.

Met dit bovenvernoemd weder, chèr lecteur, ben ik mild gestemd voor mijn medemens en zijn of haar burgerlijkheid. Werkelijk waar, het enige wat me om 6u ’s ochtends op een mistig perron bezighoudt is hoe lang ik nog met mijn voeten kan staan trappelen eer mijn peperdure hak van mn schoen afbreekt. Je m’en vraiment fous, ze mochten het voor mijn part zelfs over “de krampkes” van “hunne kleine” hebben (ik heb het hier niet over blueballs, maar wees blij dat jij nog jong genoeg bent om niet automatisch de link met babies te leggen), of over de finale van De Beste Hobbykok van Vlaanderen, zolang ze het maar met énige kennis van zake deden! Ik krijg spontaan mond-en-klauwzeer van alle kalveren die noodgedwongen hun bek moeten opentrekken voor iets anders dan herkauwen of “ DIRK T ETEN IS GEREED!!” te roepen.

Een zeer excentrieke en al even dode man deed hierover een fijne uitspraak: “Waarover men niet kan spreken moet men zwijgen”. Die man was Ludwig Wittgenstein, een OostenrijksBritse filosoof van deels Joodse komaf. Hij heeft bijgedragen aan de taalfilosofie en aan de grondvesten van de logica. Hij leverde ook belangrijke nieuwe materie aan de filosofie van de wiskunde en de Filosofie van de geest. Hij wordt gezien als een pionier in de analytische filosofie en als een van de grootste filosofen van de twintigste eeuw. (dankjewel Wiki-immer-zo-pedia!)

In zijn wereldberoemde werk “Logisch-Philosophische Abhandlung” schrijft hij onder andere over de zogenaamde beeldtheorie van de taal, waarin hij stelt dat een zin in een taal werkt als een soort model van feiten, die uit verbindingen tussen voorwerpen bestaan. Wanneer een zin dus een perfecte weerspiegeling is van wat er te zien is, van wat een gegeven feit is, dan begrijpen we elkaar want dan wordt de verbinding correct gemaakt. Wanneer je wijst naar een koe in de wei en je hebt het tegelijkertijd over “een kat in de zak” zullen vele wenkbrauwen immers de hoogte ingaan en men zal zeggen dat je aan het “bazelen” bent. Een zin waaraan geen feit verbonden is correspondeert niet met een beeld en heeft bijgevolg geen betekenis. Zinvol spreken is dus de enige mogelijke vorm van spreken, onzin spreken correspondeert immers met niets en staat dus op dezelfde hoogte als zwijgen. Jammer genoeg moet ik het hersenloos geloei wél iedere dag aanhoren.

Enfin, ik wijs hier nu niet meteen iedere huisvrouw met een deeltijdse job met de vinger hoor. Gisteren nog eenzelfde inwendige woedevulkaanuitbarsting gehad bij een leeftijds- en stadsgenote. Ze las haar pendelpal de les over zijn burgerlijkheid, iets waar ik me zelf ook vaak schuldig aan maak. De manier waarop was echter beneden alle peil. Het wicht, niet veel breder dan een verkeersbordpaal en compleet dichtgeshminkt waardoor ze best iets weghad van een colalolly, vond zichzelf duidelijk het einde. De mooiste quotes voor u op een rijtje:

“Oh shit Paris Hilton vond da zoooooo lame en gij hebtda nu hahahaha you suck!”

“Ahh nee het Dossier K (ja zelfs ZIJ), da is zo commercieel”

“als ik ni op da feesje was geweest wasda daar zo saai! alleen maar van die commerciële kutmuziek”

 “Ja, wa isda nu me Leterme, is die nu terug president van België ofzo?”

“Oh my god!! Gij luistert ni naar urban of hiphop of DrumNbass, gij zij zooooooo commercieel! Alez ja ik bedoel, want naar metal luistert ge ook ni maar da is stoem, ma soit, whatever, voor de rest hebt ge niks anders behalve commerciëele muziek haha, man ik ga u mijn iPod lenen voor uw kotfeesje zenneeeuh!!”.

Het wicht had door zich jarenlang uit te hongeren duidelijk enkele hersencellen gedood. Toen ik haar er fijntjes op wees dat er een verschil bestaat tussen “popmuziek” en “commerciele” muziek keek ze me met ingevallen wangen, open mond en dode koeienogen aan. Ze stootte een zucht van tussen haar tanden die rook naar de wortel die ze vijf dagen geleden bij wijze van feestmaal had verorberd. Even dacht ik dat ze me Frans Bauer-gewijs “Heb je eten voor mij” zou toezingen, maar dat bleek achteraf uiteraard ook Trop Commerciàl.

Bestialiteit, wat een fête!

29 Okt

Heur heur poezewoefkes, ik werd vandaag tot twee maal toe geroerd door Een Dier! Tot zover mijn ongenaakbaarheid zie ik u denken. Enfin, denk ik u denken. Ik denk er alvast het mijne van.

Het eerste paar was in Brusselas Noord alwaar ik nostalgiegewijs nog eens om een Quicksken ging gaan. Aangespoord door een zichzelf en zijn lever ruïnerende pendelgenoot bien sûr, want zelf schreeuw ik al etmalen aan een kervelvers dieet te beginnen. Enfin, welle richting Quick, spot mijn pauwenoog daar een koppel huskypuppies dat vrolijk donzig staat te wezen. In Brussel Noord! Volgens pendelgenoot uno waren die pluisballen snertgevaarlijk, volgens pendelgenoot duo waren ze een soort halfwolven, maar die indianenverhalen weerhielden mijn drassig en voorlopig puur verzonnen moederhart er niet van een sprong van heb je me daar te maken. Hondjeus! In Brussel Noord! Ik schurkte voorlangs hun baasjes in de hoop dat een van de twee Heuskiets filmish zou opspringen, blaffen en mijn hand zou likken, maar niets van dattum. Eentje deed een lichtjes paniekerige hap-poging naar mijn Ash-bottine van driehonderd kanoedels maar verder dan wat hondenkwijl op mijn hak heb ik er geen amoureuze betrekking aan overgehouden. Quicksken heeft wel gesmaakt tho’: kiekenvlees tussen mijne sandwich én op mn onderarmen.

Soit, voor ik hier beschuldigd word van sodomie: beesten zijn mijn Krypton, maar verder dan wat weekhartig gejammer, babytaal, vingerkronkels en een smak van vijf euro per maand naar het WWF ga ik niet. Al weet ik wel van een ami d’un ami die een volledig etmaal spendeerde aan het opzoeken naar het bestaan van Dinosaur Porn. Het blijkt niet te bestaan, maar voel u vooral uitgedaagd gedegen zou ik zeggen!

Récapitulé: Ik ben een spreekwoordelijke sucker voor beestjes. Een haast sluimerende, maar eveneens immer constante liefde die wel eens perfecte tv-hang momenten durft te overheersen. De film “Alien” werd zo voor mij compleet verpest omdat ik met mijn geest heel de tijd bij de ontsnapte kat zat die zich ook “ergens” tenmidden van al die horror in dat ruimteschip moest bevinden. Voor Alien zelf voelde ik niet de minste vorm van genegenheid, maar ik ben zeker dat ik mijn passiòn bij gebrek aan beter en vachtiger wel op hem had weten te projecteren. Geen vuil blikken foefkes, ik wéét dat jullie ook allemaal op het punt hebben gestaan om je tong in arme Platvoet’s diplodokusoortje te steken op het moment zijn mammie stierf. En Platvoet Is Een Fokking Cartoon.

Waarschijnlijk was ik ook een van de weinige mensen die niet smakelijk en toch lichtjes gedegouteerd lachte bij Jim Halpert’s idee van een two-way-petting zoo (“you pet the animals, the animals pet you back”). Pire encore: ik was in gedachten het hek al aan het schuren!

Afwijken is vast iets waar veel grote geesten mee te kampen hebben, maar ik ben uiteindelijk toch bij mijn tweede roerei-moment aanbeland, dat zich vandenavond zo rond half den eenen situeert. Gespekt door een kater en gevoed door mijn oververmoeidheid heb ik de waterlanders vrij spel gegeven zich een momentum op te houden in mijn ooghoek toen ik een jong katje zag dat helemaal beduusd en triestig jankend naar een gesloten voordeur zat te kijken. Op een stonde vraag ik me dan af of de neocortex van dieren zo goed ontwikkeld is dat ze beseffen in wat voor trieste situatie ze zich bevinden*. Ik hoop van ganser harte dat beestjes niet in staat zijn tot zelfmedelijden, en ik kruis mn vingers dat een gewond vossenwelpje dat door de sneeuw baggert niet beseft dat het een vogel voor de kat is. Bewustzijn is een bitch.

Ik ben eveneens een sucker voor knoerten van afscheidszinnen, en deze vond ik behoorlijk bonkers. Tabé!

 

 

 

*(Iemand die hier overigens meer over weet mag me dit altijd commenten, mailen, of in een collage van garnalen op de stoep mededelen, zelf ben ik te vlammend lui om nog enig researchwerk te verrichten dat NIET met het behalen van mijn diploma te maken heeft. Go journo-gen!)