Tag Archives: Food

Curse of Curves

1 Aug

Af en toe zwem en verzuip ik in mn eigen lichaamsvet. Hamburgers op de flashmarkt om zeven uur ’s ochtends, Costa-cupcakes in Camden, liters alcohol, een intense relatie met een zekere Dr Oetker en een aangeboren voorliefde voor alles pasta maken me soms een plausibel deelneemster aan de wedstrijd “ga voor de perfecte bol”. Met tieten die zich dagelijks in een C-cup-BH nestelen is dat dan ook een mooie uitdaging. 

Toch zijn er dagen waarop ik het beu ben. Dagen waarop ik crashdieet (it IS a verb) alsof morgen een verre vage belofte is waar niemand zich ooit aan zal houden. Dagen waarop ik grommend op selderstengels knauw, soep slurp en ijswater drink. Om dan weer kilo’s kwijt te spelen. Voorlopig werkt dit gejoojoo nog; na zo’n calorie-arme periode is mijn buik weer plat, zijn mn lovehandles verdwenen en mn junkbeenderen geprononceerder. Euphoria, dat moeten we vieren! Met veel alcohol! Ik breng mijn leven door in een sick cycle caroussel van vasten en vettigschransen, overgoten met een sausje van angst voor de onvermijdelijke cellulitis.

Want ja, snoepjes aller provincies, dàt zijn de afschuwelijke gruwelijke gevolgen van een levensstijl comme le mien: een metabolisme dat nergens naar lijkt, een rollercoaster van een suikerspiegel en de in de Flairmond schattig gemaakte “appelsienenhuid”. Ik weet dus net zo goed als ieder rund dat wekelijks “de boekskes” koopt dat een evenwichtig, gebalanceerd dieet veel gezonder is, en dat je met veel moed en geduld kilo’s permanent kwijtspeelt, maar daar heb ik geen zin in. Ik wil geen leven dat gedomineerd wordt door eten, al neig ik soms naar het obsessieve. Moest ik de moed hebben telkenmale een tandenborstelsteel tegen mn huig te knallen, ik was vast al boulemisch. 

Om dan te bedenken dat er mensen in mijn nabije omgeving zijn die wercklich àlles mogen stouwen zonder een kilo bij te komen. Spaghetti als ontbijt, frieten als tienuurtje en tussendoor nog enkele smoskes prepare. Graatmager blijven ze, deze onmensen die mijn bestaan verzieken en mn ogen uitsteken. Ik probeer dan maar te denken aan hun uitgemergelde achterwerken (die in hun geval beter achterklusjes zouden heten) en theezaktietjes, maar veel troost biedt het niet. Ik verban hen bij deze naar modebladen all over, want zelfs de ontzagwekkelijkste plorks (doe navraag in omgeving Brabant en Limburg voor de betekenis van deze afkorting) komen tegenwoordig aan de bak als model. Smoelwerken alsof ze er net een vakantiejob als spoor bij de NMBS hebben opzitten, maar wel uitgemergeld fab. CliqueDeeClickClick.

Een job als een ander, en ik kan perfect leven met de magerzuchtige mode-industrie, zoals eerder al aangehaald. Deze onvoorstelbare zkinniezoids hebben geen ander nut in het leven behalve magerzijn. Ze moeten er fuckall voor doen, en ze laten de kleren kapstokgewijs volledig tot hun recht komen. Deze mensen zijn Darwiniaans voorbestemd voor het modellenwerk, en daar kan ik mijn retrolijf (ik weiger Rubens al in de mond te nemen) enkel maar bij neerleggen.

Wat echter schrijnend is zijn de hopen dromers die darling Darling Niki in haar blog als volgt omschreef: “Rotverwende modellenkindjes met luciferbeentjes en knorrende maagjes met alleen een poederhoopje amfetamines erin. Die mineraalwater drinken, alleen mineraalwater, en die potjes babyvoer lepelen alsof er geen morgen meer zal zijn. 71 kcal per honderd gram, c’est si bon bon.” Kortom: Meisjes die Moeite doen. Hobbymodellekes. Ze zijn net niet zo onprofessioneel als de snollen die hun bikinifoto’s (gemaakt in sepia door een of andere Kazim Met Kodak voor vijftig euro op het strand van Lloret de Mar) een portfolio noemen, maar ze zijn nu ook niet bepaald Anouck Lepère. Modelling is hun “hobby”, een “leuke bijverdienste”, want zelf zijn ze “helemaaaaal niet zo oppervlakkig”. Ik kom ze regelmatig tegen, de boulemiekes van deze samenleving, met whiskeycolalight in hun poten en een mentholsigaret tussen hun lippen, rondhupsend op hippe hotspots, want zo worden ze gezien en al dansend verbrand je zeker wel “een miljoen calorieën!”. Voorts worden ze gekenmerkt door hun belachelijke au-serieux die ze zichzelf en hun volstrekt onnuttige bezigheden opleggen.

Quote from Truth: “fuck ik voel mij zo slecht! Ik heb vandaag een pistolet met kaas gegeten en ik heb overmorgen ne shoot! Ik denk da ik doodga!”.

Ik denk dan: als God je niet het metabolisme van een model heeft gegeven, probeer het dan niet. Wees dan gewoon Mooi, en laat het Magerzijn over aan mensen die zo gebouwd zijn. Maar niemand, en zeker zij niet, geeft een fuck om wat ik denk. Dus ze klagen, stouwen en bouwen verder, en laten mij kokhalzend achter. Jammergenoeg komt het zelden tot kotsen.

Coked Up

9 Jun

Er is niets waar ik een grotere haat-liefde-verhouding mee heb dan eten. Zoals in een vorige blogpost reeds vermeld is mijn metabolism de ultieme bitch die spreekwoordelijk roet in het letterlijke eten komt smijten. Als ik nog maar de dampen van een lasagna al forno opsnuif ben ik 800 gram bijgekomen. Fosho. Daarom dat ik zoveel en zovaak mogelijk probeer te weerstaan aan voedsel. Maar niet altijd.

Bon repas doit commencer par la faim: ik kan verschrikkelijk genieten van een stuk brie, een verse pasta met kerstomaatjes, brokken parmezaan en rucola, een vettige zak pickleschips of een dampende kom soep. Fruitpap, spinazie, groene zure appels, croque madames, yoghurtmetmuesli, een bloeddoorlopen steak of een smoske hesp zonder ei. Aardappelsla, vinaigrette op basis van azijn, zure veenbesjes of kalfslapjes met limoen en wittewijnsaus. Gegrilde in look gedrenkte ongepelde scampi’s en huisgemaakte broodpudding, bladpeterselie, capresesalade en zilte zoute zeekraal… voor deze gerechten zuig ik een hele bestuursraad leeg. Los daarvan lust ik bovendien nagenoeg alles. D’accord, ik ben allesbehalve een zoetekauw en snap de seksvervangende relatie die de meeste vrouwen met ijs of chocolade hebben niet, maar er zijn weinig voedingsmiddelen die ik onaangeroerd richting keuken zou terugsturen. Rode kool, zuurkool, loze vinken en vissoep; die shit raak ik met geen vinger aan, maar voor de rest ben ik “geen moeilijke”. Neem me mee en stel me voor aan je ouders!

Daar stopt mijn idealeschoondochterigheid. Want hoewel ik vol smaak uw moeke’s stamppot naar binnen zal werken, er mag niet van mij verwacht worden dat ik op dezelfde moederlijke wijze zal providen voor mijn vent. Ik bedoel dat allesbehalve feministisch, ik ben nog steeds een tikkel voorstander van het klassieke rollenpatroon, maar koken is nu eenmaal iets waar ik mijzelf niet in gespecialiseerd heb. Niet dat ik koken een onnuttige bezigheid vind, allerminst. Ik benijd vriendinnen die wél hun weg weten met potten en pannen, maar nam nooit de moeite het effectief te leren. Naturalment, ik ben geen volslagen keukenkluns; mijn italiaanse hamburgers leidde menig manvolk al around the yard en in mn bed, maar als puntje bij paaltje komt kan en wil ik niet koken.

Ten eerste snap ik al de moeite niet die er bij koken komt kijken. Ik zie niet in waarom ik prei, worteltjes, ui en selder aan mootjes moet hakken terwijl ik een perfect voorgemaakt groentensoepje bij de traiteur kan scoren. Of waarom ik in godesnaam een halfuur voor ik wil eten aan de voorbereiding van de maaltijd moet beginnen. Een tijdverdrijf als ’n ander misschien maar ik besteed de mijne liever anders. (Let op het ontbreken van het woord “nuttig”!) Het is voor mij ook niet noodzakelijk, de vlieger dat alles eens zo goed smaakt als je er je werk aan hebt gehad gaat voor mij niet op. Ik en mijn maag zijn net zo tevree met een iglo stoomzakje, een pizzafoonpizza of een haastig meegegriste perzik.

Ten tweede ben ik het type dat haar kishcash liever besteedt aan kleren, schoenen en alcohol in plaats van een zak aardappelen en een sixpack yoghurtjes. Ik sla voedsel in wanneer ik honger heb, en eet het diezelfde avond nog op. Met wat geluk bevatten mijn kotkeukenkastjes op dit moment enkele minutesoepjes, een potje pesto en wat vergeten kerstomaatjes, maar ik zou er geen geld op inzetten.

Ten derde kan ik nooit op tegen mijn grootste idool. Ik ben een onvoorstelbare huis-tuin-en keukenprogramma verslindende schpijthoer die bijgevolg ook mevrouw Lawson’s krielenroerselen volgt. Nigella bites, Nigella feasts, Nigella rules ! Hoewel haar gerechten vaak te zoet, te vettig, te ingewikkeld of te overdadig zijn naar mijn smaak, het is die godverdomse flair waarmee ze het geheel presenteert. Ze goochelt en danst met adjectieven, en ieder ingrediënt wordt met evenveel liefde behandeld en omschreven al waren het een paar Louboutins met Swarovski-hak. Niet alleen is ze bloedmooi, je ziet dat ze houdt van alles wat ze in haar gezellige keuken tevoorschijn tovert. Het is geen graatmagere cunt die wrang glimlacht boven drie wortels en een selderstengel, nee, ze zweert bij volle room, dikke hoeveboter en kilo’s chocolade. Ze kan het niet laten af en toe een perfect gemanicuurde wijsvinger in de sauspan te laten verdwijnen, en laat ieder voor het programma gefabriceerd gerecht gulzig tussen haar lustig gelipstickte lippen verdwijnen. Dit is het soort vrouw die er altijd geweldig uitziet, de beste dinnerparties organiseert, een lieve zorgzame moeder is en een exquisiet pijpende echtgenote. Gulzige gasten kwamen meermaals klaar door wat er op haar eettafel verscheen. Voor minder wil ik niet gaan, en het idee alleen al laat me uitgeput hijgend op mn keukenvloer achter. Ik weet wel beter! 

Vettige Feestdagen!

14 Feb

Valentijn begon voor mij alvast spetterend.

Mijn hoofd in de toiletpot, mijn haren op het verfrissingsblokje. Mijn maag kreunde maar met een glimlach veegde ik mijn mond schoon. Dan toch niet gezondigd. Ziet u, om gevreesde vet- en velverzakkingen te voorkomen ben ik, zoals menig vrouwmens bij het krieken van de lente, op dieet gegaan. Sinds woensdag leefde ik op een strak regime van maximum 1000 calorieën per dag. En het ging me goed! Geruggesteund door enkele subtiele hints en afwijzingen uit mannelijke hoek bleef ik braaf van alle blokjes kaas, elke druppel alchohol en iedere schilfer melkchocolade af. Tot een dierbare vriendin van me haar drang naar frieten bekend maakte. Aangezien ik de avond bij haar zou doorbrengen en de frituur op mijn weg lag had ik de ondankbare taak van cateraar aan mijn kalfsleren botten. Nu is een frituur redelijk makkelijk te weerstaan tijdens een vluggertje; snel even binnen en buiten wippen en de mayonaise van je kin vegen. Gisteren zat de Plaza der Plantaardig Vet echter stampvol. Een volle twintig minuten moest ik wachten op haar bestelling, om er dan als moment suprême nog een klein pak friet voor mezelf tegenaan te smijten. Ik had gefaald en voelde me vreselijk schuldig, wist ik immers dat dit zwakzinnig zwelgen me de volgende ochtend parten zou spelen.

Tevreden joeg ik de verboden caloriëen de riool in. Al haal ik hier een woedende massa mee op mn nek: bij mijn volgende verloren wimper wens ik voor een kortstondige boulemieperiode van een maand of drie. Ik heb altijd geleerd je mond en klavier te houden wanneer iemand anders het reeds beter zei, zodoende quote ik bij deze het verrrrrukkelijk lekker beest Lily Allen:

Everything’s cool as long as I’m getting thinner.