Archief | maart, 2011

De Trein Der Vaagheid

14 Mrt

Het lijkt wel alsof openbaar vervoerden alle ethische en hygiënische gedragscodes aan hun toch al besmeurde laars lappen.

Desondanks de goedbedoelde briefjes in de treinwagons slaagt er menig medereiziger in mij voor de rest van de rit te degouteren waardoor ik met een wee gevoel in mijn maag en een totaal gebrek aan liefde voor het menselijk ras op mijn bestemming aankom. Aangezien België ongeveer drie piskilometers breed is duurt de langste treinrit zo’n tweeënhalf uur. Niet bijster lang wanneer u dit doorbrengt in het gezelschap van een ice tea green en een goed boek lijkt me, en allerminst het excuus om alle remmen maar even los te laten.

De reden voor deze inderhaast op mn smartphone getypte blogpost is de luide boer die ik daarnet op de IC-trein Brussel-Tongeren mocht aanhoren. De dader was een allerschattigst oud mannetje dat misschien inderdaad gezien zijn leeftijd zijn lichamelijke functies niet meer helemaal onder controle had, maar het je m’en foustisme op zijn gezicht en dat van zijn vrouw heeft me compleet verbouwereerd in mijn stoel achtergelaten. Moest ik 78 zijn en mijn blaas zou het nodig vinden zich even te legen op een openbaar bankstel zou ik me op zn minst met een rood hoofd excuseren. Voor Fons bleek dat echter een no-go, al zeg ik niet dat hij trots was op de decibels die hij had geproduceerd. Hij friemelde aan zijn veston en was dankbaar dat niemand behalve een of ander gewijfte van 24 (ik dus) geschrokken zijn kant op keek.

De pendelaars zijn het ondertussen al gewoon denk ik, de beestenwagons van de NMBS en DeLijn. Arabieren die luid telefoneren, tienermeisjes die over blowjobs praten, een ambtenaar die continu luid zijn neus ophaalt of de moddervette vriendinnenclub die stinkt naar zweet en sigaretten. Net als de dagelijkse vertragingen wil ik dit niet meer vanzelfsprekend vinden. Als ik reis, doe ik dat in stijl. D’accord, ik walm soms nog naar de alcohol van de dag ervoor, maar ik zorg er dan op zn minst voor dat ik een aangenaam decoleté heb. Het leven draait op geven en nemen, en wanneer u ervoor kiest de lucht en mijn humeur te verzuren dan moet u mij daar op zn minst iets voor in de plaats geven. Het recht op een hautaine blik is dan wel het minste.

Dus vooraleer alles uw spuitgaten uitloopt en we met zn allen met kak naar elkaar beginnen smijten roep ik u allen eigenlijk met drang op uw beestig hippiegedrag thuis te laten wanneer u zich in het openbaar begeeft. Ik en mijn bloeddruk zullen u dankbaar zijn.

A fever that i can’t sweat out

13 Mrt

Well I’m just a wet dream for the webzine,
Make me it, make me hip, make me scene
Or shrug me off your shoulders
Don’t approve a single word that I wrote

 

crack whores

13 Mrt

In een wereld waar iedereen naar het “juiste” gezicht en het “juiste” lichaam streeft woekert al even een nieuwe trend. De imperfectie als perfectie. Vooraleer u allemaal uw uitgroei laat uitgroeien en aan uw puisten gaat pulken kan u maar beter eerst even luisteren naar deze ugly duckling. Een slechte huid, gele tanden of een bochel worden nog steeds universeel als lelijk beschouwd, maar op vele vlakken mag u tegenwoordig uw wat mindere kantjes omhelzen.

Het lijkt alsof de mode-industrie beseft heeft dat ze er met haar veeleisendheid de laatste jaren is over gegaan. Berichten over modellen die stierven van de honger of die hun lever kapot maakten met de verplichte Roacutane waren niet weg te denken uit de lifestylekaternen van de krant, en jonge meisjes huilden zich de ogen uit boven gephotoshopte kiekjes van Adriana Lima en Gisele Bündchen. Wellicht hebt u zélf al menig tube foundation tegen de spiegel gekeild en bent u en crise op de badkamervloer in elkaar gezakt. Moeder of die deugdzame vriendin gaf u dan een schouderklopje en sprak over onrealistische verwachtingen: de mode-industrie was de boosdoener en Karl Lagerfeld de vleesgeworden duivel.

Imperfection is beauty, madness is genius and it’s better to be absolutely ridiculous than absolutely boring
(Marilyn Monroe)

Er zijn ongetwijfeld pagina’s volgeblogd over Miuccia die het plots nodig vond volluptueuzere modellen de catwalk op te sturen en ik heb zelf ook al genoeg gememd over te dik of te dun zijn voor haute couture. Aangezien ik, los van mijn haat voor alles hippo, niet een van die mensen wil zijn met een stokpaardje, richt ik mijn FakePlastic Rant op al die modellen die het laatste jaar covers en grote printcampagnes halen alsof het niets is, terwijl ze gediend zijn van een toch wel niet het minst subtiel te noemen spleetje tussen de tanden. Het idee dat een klein schoonheidsfoutje net de perfectie accentueert is niet nieuw, en vooral in de schilderkunst werd er al vaak mee geëxperimenteerd. Ook  Madonna en Brigitte Bardot wonden met hun “crevice dentale” al menig man rond hun vinger, al moet u niet proberen zich dat voor te stellen. Modellen Lara Stone, Georgia Jagger, Keke Lindgard en Jess Hart echter brengen de term “spleetje” naar een ander, postnataal level. 

Voor u mij stenigt: ik ben gek op schoonheid met een hoek af. Niet overdreven, maar voor mijn part mag er best wel iets mankeren aan een model, zolang de neus en de kaaklijn maar strak en recht zijn. Bovendien vind ik het gebit à la Mme Paradis-Depp wel best beminnelijk,  maar u kan me geen ongelijk geven dat sommige van bovengenoemde modellen makkelijk een bijbaantje als tramspoor zouden kunnen vinden met hun geul. Het is een tikkel overdreven, en de hype die errond bestaat stimuleert de hang naar de (imperfecte) perfectie nog meer. Ik maak geen grap wanneer ik u digitaal meedeel dat tandartsen aller landen de vraag naar een beugel die een spleetje tussen de voortanden creëert niet bij kunnen houden. Wanneer ik zoiets lees rijst bij mij de vraag of deze hele “revolutie” wel zo positief te noemen valt.

Bref: als straks de scheve knobbelneus mode wordt, gaan we dan met zijn allen op elkaars smoelwerk slaan? Ik stel me alvast kandidaat.

The calendar hung itself

12 Mrt

Soms wou ik dat ik deel uitmaakte van een of andere negerstam waar je succes en dominantie afhankelijk is van hoe ver je een straal bloed uit je neus kan spuiten. De druk van de maatschappij weegt me af en toe te veel, en waar het vroeger hip en trendy was om “fuck authority” op je rugzak te tippexen ben je nu een complete lowlife als je maar een enkel diploma, een so-so job en een vijftal vrienden hebt.

Let wel, mijn muizenissen zijn slechts een bijkomstigheid van mijn handicap: ambitie. Aangezien ik nooit meer dan één doel in mijn leven heb gehad zou het dan ook bijzonder schrijnend zijn moest ik net dat doel niet halen. Jammergenoeg komt mijn diepe verlangen naar “het maken” niet in een duopack met streberigheid. D’accord, ik schrijf naast mijn studie af en toe dingetjes voor bepaalde krantjes en magazines, maar dat is meer uit ijdelheid dan wat anders. Papers, examens, opdrachten, ik slaag er steevast in hen te negeren tot op het allerlaatste moment. De klokt tikt, de fles klokt, mijn hoofd bonst. Ik flirt met deadlines al ware ik Christiane F. die een gratis shot heeft gespot, en dartel steevast met verhoogde hakken en hartslag door het leven. (Goed voor de lijn zou u denken, maar stress is de grootste dikmaker van deze tijd.)

Aangezien ik een sortement systeem in de chaos moet vinden hou ik dag en nacht lijstjes bij. Letterlijk. Ik sta er soms zelfs voor op,  en bijna al mijn handtassen puilen uit met papieren zakdoekjes waarop wensen, dromen, telefoonnummers, to-do’s, doo-waps en dates  worden neergekribbeld alsof ze gelijkgesteld zijn aan “pasta kopen!”. Wat me eraan doet denken dat ik dringend weer eens koolhydraten uit mn voeding moet schrappen.

Als een hamster op amfetamine knaag ik mezelf door een stapel van moetens, overgoten met paniekerige tranen en goedkope rode wijn. Diëten, sporten, contact houden, contacten leggen, aan cultuur doen, een hobby hebben, bloggen, belezen blijven, méé zijn, ìn zijn, ontspannen. De zogenaamde sleutels naar het geluk volgens menig wijvenblad zijn slechts haastig neergetokkelde trefwoorden die als zwaarden van Damcoles meerdere malen per dag op me inhakken en me murw geslagen achterlaten. I don’t know why i smoke, but i drink to get drunk schijnt mijn escapistisch elan samen te vatten, al heb ik al jaren niets meer op met sigaretten.

 Alcohol is mijn persoonlijke prozac, en de keren dat ik compleet opgefokt thuiskwam en verkondigde dat ik “vanavond moet gaan zuipen” omdat ik het niet meer trek zijn niet meer op pianosnaren te tellen. Ik heb het geluk dat mijn huisgenote nu ongeveer eenzelfde doorzopen existentiële crisis doormaakt, of ik had “excuses aanbieden voor nachtlawaai” ook nog op mn lijstje staan. Met alcohol tikt de klok minder snel, maar de deadlines die zijn er nog wel; u begrijpt wellicht ook wel dat dit een vicieuze cirkel en geen Clouseaunummer is.

Deze blog bijhouden alleen al was als een molensteen rond mijn nek. Plots hebben enkele van mijn fijnbepende klasgenoten het internet ontdekt en zijn ze massaal aan het bloggen geslagen alsof het hun enige reddingsboei is in een zee van dobberende journalistiekstudentes die schreeuwen om een opdracht. Wellicht is dat in dit tijdperk ook zo. De strijd om als eerste op de frontpage van wordpress te staan was nooit iets waar ik mij mee bezighield, maar plots was je blog niet geslaagd als je tenminste niet meedingde naar deze dubieuze eer. Bovendien had ik er geen tijd meer voor, maakte ik mezelf wijs. Bijgevolg smeet ik mijn handdoek in de ring en mijn schrijfsels in een mapje op mijn bureaublad. FakePlasticByebye.

Gelukkig voor jullie ben ik een ijdele trut, dus ziehier mijn wederopstanding. Niet voor de statistieken, niet omdat plots iedereen het doet en zelfs niet voor jullie, al stelde ik de “ik mis fpr-berichtjes” in mijn message-box echt op prijs.

Bovendien moet ik maar eens stoppen met jammeren, i’m doing pretty damn fine. En dat  diëten, sporten, contact houden, contacten leggen, aan cultuur doen, een hobby hebben, bloggen, belezen blijven, méé zijn, ìn zijn en ontspannen doe ik vanzelf wel, al is het op mijn eigen chaotische manier. Met mijn haar in de war, mn hand op mn hart en de klok weer op A.M. Hoe ik het allemaal klaarspeel? That’s one secret I’ll never tell.

You know you love me

xoxo