Archief | februari, 2011

Duizend bommen en grenades

19 Feb

Reverze, het mekka voor de versgelakte en felgeklakte medemens. Al van zeven uur ’s avonds staan ze aan te schuiven voor de deuren van het -hoe kan het ook anders- Antwerpse Sportpaleis. En sporten, dat zullen ze zeker. Op meer dan zeventig dj’s zullen deze vriendelijke johnen tot 7h ’s ochtends de vloerborden doen trillen. 

Als u zich nu afvraagt wat ik in hemelsnaam in dat hellehol te doen heb gehad dan hebt u mijn blogs niet met de nodige aandacht gelezen. Ik werk als bar- en promomeisje voor een eventbureau dat mij naar alle uithoeken van het land stuurt. Van hondenshows naar de Eroticabeurs, van Laundry Day naar Bassleader, en nu dus ook Reverze.

Het lijkt alsof iemand een maand lang Jersey Shore verslonden heeft en hier de restanten uitbraakte. Hoog haar, feloranje make-up, airmaxen, het obligate petje en shortjes met in strass een woord dat ik persoonlijk niet met mijn derriere zou willen vereenzelvigen. Tant pis, pour les filles la même chose. Ze fistpumpen alsof ze eigenhandig het gat in de ozonlaag groter willen maken en hippen rond als geconstipeerde mussen. Een enkeling besluit om tien uur dat het genoeg geweest is en legt zich te rusten in een plasje (eigen?) braaksel. Die van het Rode Kruis stonden erbij en keken ernaar.

Skinheads stroomden af en aan voor wat zij noemden ‘”veel te duur piswater” waarop mijn Zimbabwaanse collega van schrik onder de toog kroop. Ze maalden met hun tanden de binnenkant van hun wangen aan flarden en staarden met de blik van een pitbull die net een gewond konijntje spotte in de leegte. Nu moet ik zeggen dat sommige grieten er inderdaad wel uitzagen als roadkill, of op zn minst iets van de weg hadden geschraapt om het aan hun toch al torenhoge kapsel te spelden, maar dat wil niet zeggen dat ze deze agressieve lullen verdienden.

Ik moet het hen echter wel nageven, de johnen en marina’s van de eenentwintigste eeuw (nu kortweg guido of guidettes genoemd): om zeven uur ’s ochtends stonden ze nog steeds te gààn! Als taaldeskundigen zich over voorbije werkwoordcombinatie buigen zullen ze even verbouwereerd zijn als ik toen ik om half acht ’s ochtends met borstels de feestvierders moest buitenjagen. Enkele vriendelijke neonazi’s hielpen verwoed mee de losse flesjes in vuilniszakken te steken terwijl de rest ons een prettige opruim toewenste. Something ‘bout those little pills..

Advertenties

Paint it M.A.C

15 Feb

Afgunst is het nichtje van hebberigheid, en ik wil nu eenmaal een zo mooi mogelijk smoelwerk. Ik kom ervoor uit: ik ben zo vreselijk jaloers op mijn vriendinnen die met make-up overweg kunnen. Zo is er @isabelleminnebo die haar gezicht met behulp van MAC zo kan sculpten en schaduwen dat ze er slavische junkbeenderen van krijgt, terwijl  @avaneech haar toch al grote bruine reeënogen nog eens extra laat knallen. En ik? Ik kan niets. Uiteraard ben ik geen complete nul; ik kan best overweg met een mascaraborsteltje en concealer, maar daar stopt het. Ik ben gelukkig gezegend met een redelijk mooie huid, een kleine rechte neus en grote ogen, maar er moet meer mogelijk zijn! Ik vraag me vaak af hoeveel mooier, mysterieuzer, gesofiscticeerder of bruutweg vrouwelijker ik er zou uitzien als ik me (professioneel) kon opmaken. maar dan denk ik aan alle kosten en alle tijd die erin kruipt en plof ik gillend met mijn hoofd in een chocoladetaart. (Niet heus, maar uw mentale gif hiervan is vast goud waard!)

 Mijn beste vriendinnen hebben voor honderden euro’s in hun make-uptasje zitten, allemaal potjes en tubetjes en smeersels die noodzakelijk zijn voor het perfectioneren van hun look. Niet iedere dag natuurlijk, maar als ze ervoor gaan, gààn ze er ook voor. De tijd die ik spendeer aan het hysterisch rondrennen, op zoek naar een kledingstuk in mijn kast dat a) nog niet naar rook stinkt b) mij slanker maakt c) genoeg been laat zien spenderen zij aan een minitieus aangebrachte basecoat. Vraag me niet het proces uit te leggen want het zou me met de beste wil van de wereld niet lukken. Dus heb ik me op een dag voor een youtubetutorial gezet die me zou leren hoe ik “vorm” aan mijn gezicht moet geven.

Vooreerst ben ik er nog niet in geslaagd het filmpje uit te kijken, mede omdat er veel leukere youtubefilmpjes bestaan, maar ik heb besloten dat ik Meer Vrouw moet worden. En dus zal ik ooit, op een lentedag mijn stoute schoenen (synoniem voor hoge hakken) aantrekken en naar de dichtstbijzijnde MAC heupwiegen. Voor zestig eurie maken ze je daar professioneel op, geven ze je make-up advies en kan je voor die zestig euro aan producten kiezen. Kàn alleen maar goed aflopen, nee? Het moet maar eens gedaan zijn met mijn huidige look, die er in de semestriële vakantie niet beter op is geworden.

Na een weekje in de Franse Savoie heeft de gezonde buitenlucht mij nochtans “deugd gedaan”, zou menig oma zeggen. Zeven dagen verlost van sigarettenrook, alcoholwalmen, VUB-kantinecosmos en openbaar vervoerde lucht heeft een vrolijke blos op mijn wangen getoverd en mijn neus een tikkeltje bruiner gekleurd. Allemaal heel schattig, bien sur, maar in the city life kom je met zo’n look niet meer weg. De frisse boerendochter is immers passé, tenzij iemand nog iets gemolken moet hebben?

Bloody Valentine

14 Feb

Beereke, scheetje, mushi, lieverd, kroelkopje. Het is Valentijn en menig gemelkmuilde bijnaam wordt vandaag de dag inderhaast op een hallmark gekrabbeld. Petoeterke, framboosje, poezewoefke. De bijnaam verklaart zichzelf: het is een naam naast het dagdagelijkse etiket waarmee u door het leven moet, vaak gegeven door fervente voor en/of tegenstanders. Wie geluk heeft krijgt nog een ietwat persoonlijk troetelwoordje, maar de meesten moeten het stellen met het gedoodverfde “schat”.

“Darling, is dat een steenpuist of een aambei?”. Toegegeven, een bijnaam geeft iedere dagdagelijkse zin net dat ietsje liederlijkheid, en sommigen zullen zich best gevleid voelen wanneer hun hartendief tijdens het oorknabbelen enkele poeslieve naampjes naar binnen lispelt, maar de gemakzucht hiervan valt niet te onderschatten. Niet ieder stuk onbenul vindt het of u immers de moeite waard een echte naam te onthouden, en zo is een rits troetelwoordjes nog het gemakkelijkste. Nu moet u het niet op een krijsen zetten wanneer uw borden-ontwijkende-partner u liefdevol toespreekt, maar maar als hij zijn exen ook steevast “poepie” noemde zit daar zeker een luchtje aan.

Dit volstrekte gebrek aan veelzijdigheid zorgt tijdens veel Valentijnsacties voor problemen lijkt me. Zo ook bij De Lijn, het vervoersbedrijf dat het liefdesbootje niet aan zich voorbij wil laten gaan. “Sms uw liefdesboodschap naar willekeurig getal en verras je liefste met een berichtje op zijn vaste tram of bus”. Knappe marketing, al vraag ik me af of ‘Binkie’ zijn “poezeke” wel zal herkennen tussen alle andere kroelende liefdeskrabbels.

DE Valentijnsboodschap die mij tot tranen toe roerde en werkelijk mijn dag maakte was te vinden in de Kiss&Ride-rubriek van het gratis Metrokrantje. Het vermakelijke berichtje was afkomstig van iemand’s “dikke vette marmot” en is ideaal om deze Valentijnsblog mee af te sluiten:

Mijn zoetje; het is nu elf jaar geleden dat jij voor de eerste keer op mij gekropen bent… ik hou van jou!

Snow hey-ho!

12 Feb

Wat zijn Wintersporters eigenlijk idioten. Ik ken persoonlijk geen enkel ander zoogdier dat voor de gedoodverfde “kick” zijn leven op het spel zet met een ratio van één à twee weken per jaar. Een karavaan van auto’s, tot aan de nok volgestouwd met winterjassen, hoofdkussens en pakken cornflakes zijn een vast wederkerend fenomeen op de Franse en Zwitserse snelwegen. De lokale benzinepompbediende lacht in zijn vuistje en denkt wellicht “ils sont foux, quoi?”.  Ja mijnheer, gek, dat zijn ze zeker.

De waanzin begint in feite al bij de voorbereiding. Thermisch ondergoed, een broek waarin hun gat altijd te dik lijkt en een sneeuwbril die zich niets aantrekt van de laatste modevoorschriften. Met opeengeklemde kaken van pijn wurmen ze hun voeten in de marteltuigen genaamd snowboots, waarna deze nog eens aangespannen moeten worden ook. Zo strak mogelijk liefst, tot het bloed wordt afgesneden en blauwe plekken op de wreef en kuiten zich al na drie minuten beginnen te manifesteren. Losse voetjes in losse boots betekenen immers een versplinterde enkel in de eerste bocht. Deze boots verplichten De Wintersporters ook hun plank- of lat-vrije momenten met de elegantie van een geconstipeerde zeebeer door te brengen. Ze waggelen naar de skilift, hobbelig kopen ze nog snel een flesje water voor onderweg en al deinend gaan ze hun noodlot tegemoet.
Op een gemiddelde hoogte van 2500 meter boven de zeespiegel slaakt De Wintersporter nog een laatste oerkreet waarna hij of zij zich met een onheilspellende snelheid naar beneden laat glijden. Ze schuren over ijs, ze missen rotsen op een haartje en zoeven langs dennebomen alsof hun leven hen niet meer lief is. Ze joelen van plezier en willen, oh jawel, “nog een keer”. Na de middag slikken ze hun hart in de keel weg met wansmakelijk non-Inbevbier voor acht euro de halve liter en kwelen ze liedjes mee waar ze zich achteraf zogezegd niets meer van kunnen herinneren. Ze draaien hun “heee-eey baby” (hoeh-hah) van de avond binnen en wankelen, meer van de alcohol dan van de vooreerst genoemde “botinnen”, naar hun veel te kleine en veel te dure appartementje terug. Je moet het hen wel nageven, om 9 uur ’s ochtends staan ze weer gewoon op de piste om het ritueel te herhalen.

Waar halen ze toch telkens dat enthousiasme vandaan? Iedere Wintersporter keert min of meer gewond naar huis terug; hevige zonnebrandwonden, breuken van hart en ledematen, verrokken spieren of een uitgedroogde lever zijn legio na een weekje “puur ontspannen” in de bergen. Een normaal mens vraagt zich af of het dat allemaal wel waard is.

Ik kan jullie verzekeren; dat is het dubbel en dik waard. Op mijn vierde levensjaar leerden mijn ouders me skiën en vanaf mijn vijftiende besloot ik dat het tijd was voor een snowboard. Ieder jaar sta ik in de monsterfiles naar de skigebieden te popelen van ongeduld en kijk ik rijkhalzend uit naar de eerste besneeuwde bergtop. Natuurlijk heb ik ook de nodige blessures vergaard; verstuikte polsen, whiplashes, zelf verschoven ruggenwervels heb ik ervoor over gehad. Niets evenaart immers dat onwaarschijnlijke gevoel van vrijheid wanneer je op een mooie maar ijskoude winterdag door besneeuwde landschappen stuift. Jij en je spieren bepalen de weg, de natuur bepaalt de wijze waarop je die aflegt. Een zwarte piste is een overwinning op jezelf en op de grillige bergkam, een stijle afdaling een adrenalinerush. Er is geen gevoel intenser en daar doet iedere wintersportende zot het voor. En ach, dat bruine kleurtje is ook mooi meegenomen.