Archive | november, 2010

Selfknowledge is my bitch.

20 Nov

Mensen hebben steevast de indruk van journalisten (en om over dezelfde kam te scheren; studenten journalistiek)dat het intelligente mensen zijn. Mensen met hersens, een onvoorstelbaar brede interesse en een encyclopedisch geheugen. De Slimste Mens werkt die stereotypering nog wat in de hand.

Vandaar ook dat mijn ouders schaterlachten toen ik op mn 18e zei dat ik journalistiek ging studeren. D’accord, ik keek wel elke dag het nieuws en nam af en toe een krant vast, maar echt begaan met of op de hoogte van de wereld was ik niet. Uiteraard hebben mijn bachelorstudies die kennis en interesse wat aangescherpt, mede dankzij uitstekende lectoren internationale geschiedenis en europese instellingen, maar ik plaatste onlangs nog steeds Suriname in Afrika.

Nee lui, ik ben niet de highlighter in de pennenzak van mijn afstudeerrichting, en zal het wellicht nooit worden. Ik drijf een beetje mee op de vooroordelen die gepaard gaan met mijn studiekeuze, maar sta versteld van de kennis en maatschappelijke woede die mijn medestudenten bezielen. Ik heb geen bepaald specialisatiegebied, ik wil enkel maar schrijven. Het daagt me al eeuwen dat ik daar redelijk saai in ben, denk ik, slechts een doel en droom in het leven te hebben. Eindig ik nu als copywriter bij een reclamebureau of krijg ik mijn eigen column in een magazine? Schrijf ik persteksten voor een politieke partij of word ik ghostwriter voor een of andere louche bv? Bespreek ik de runwaycollecties van zomer2015 of ga ik op reisreportage naar het Baskenland? Het kan me allemaal niet bommen, zolang mijn einddoel (schrijven) maar bereikt wordt. Ik wil dat mijn teksten gelezen worden door een breder publiek dan mijn 73 blogfollowers of lectoren. Is dat arrogant?

Ziet u, ik weet niet eens of ik KAN schrijven, echt kan schrijven bedoel ik, maar ik weet dat het me beter afgaat dan feiten opdreunen of onderzoek verrichten. Vandaar de studiekeuze, voor de praktische invulling. Slim ben ik niet, maar wil het wel graag worden, of alleszins; zo overkomen. Bijgevolg probeer ik mijn algemene kennis een beetje bij te schaven door mijn onderwerpkeuzes van artikels.

CDO’s, Nederlandse ziekteverzekeringen, de Turks-Armeense kwestie, gehoorschade, sociale huisvesting, de Belgische bekerfinale voetbal,… Allemaal thema’s waar ik het afgelopen jaar voor school een stukje over schreef en ik dus net dat ietsje meer van weet, binnen de grens van die schoolopdracht. Iedere lector die ik totnogtoe had raadde me aan artikels te schrijven die ik zelf zou willen lezen, onderwerpen uit te kiezen waar ik een affiniteit mee had, maar daar zou het bij mij snel ophouden. Mijn interesse is breed en vluchtig. Met een standvastige liefde voor muziek, mode en architectuur ben ik voor de rest een woelmuis die de ene keer een politiek artikel met veel smaak zal lezen, en de andere keer er woest voorbijbladert tot aan de sportkatern. De ene keer lees ik een biografie van een politiek leider, dan weer de HUMO, de andere keer een boek over marketingstrategieën. Hello my name is Distance.

Ik ben niet begaan genoeg om steeds bij sport/onderwijs/het Midden-Oosten te blijven, en dus zorg ik ervoor dat ik van al die broodjes enkele kruimels meepik. Als een onvervalste kiekendief graai ik hier en daar wat kennis mee, die ik in de juiste gesprekken op het juiste moment eruit gooi. Want daar ben ik dan wél weer sterk in; timing.

Hopelijk kan ik binnenkort iemand impressen op café met mijn kennis over de ecologische nadelen van biobrandstof, dan is al dit geploeter tenminste de moeite waard geweest.

Thickfreakness and Sikedness

18 Nov

Schattekes, klasgenoten, beste blogvolger,

Ik weet dat ik u allen een verslagje beloofde van het Black Keys optreden van afgelopen maandag, maar Tom Zonderman was me met zijn recensie in De Standaard voor. C’était vrai; al wie ook maar een fonkel muzieksmaak en een voorliefde voor scheurende gitaren en doorzopen mannenstemmen had was een van de sardientjes die maandagavond schreeuwden for more and mercy in een stampvolle ab. Voor zover vissen kunnen schreeuwen uiteraard.

Ik heb de zes albums maar had de boys nog nooit live gezien, dus d’accord, de hoge verwachtingen waren een voorspel van jewelste, maar desalniettemin slaagden The Black Keys er moeiteloos in mij die avond meermaals tot een orgasme te brengen. Wie beweert dat muziek geen seks is heeft nog nooit een gitaarsolo tot in haar ruggenmerg voelen branden, een basdrum tussen haar benen voelen kloppen en  stijve tepels gekregen van een rauwe ventenvoice. Zelfs op cd is The Black Keys een van die bands (waaronder ik ook The Doors, Queens Of The Stone Age, The Gutter Twins en Joy Division reken) waarop ik zelfs met migraine tussen de lakens zou duiken. U kan zich dan wellicht voorstellen hoe hitsig ik hun live-show waarnam. Concertgangers zijn headbopping-gewijs onder te verdelen in ja-knikkers en nee-schudders en die avond was ik most defo’ een ja-knikker. JA! JA! JAAAAHHH! Afsluiten met I Got Mine (mn ultieme favoriet) was dan ook de clitorale kers op de cake.

Mijn blackberryfoto’s zijn ook redelijk overbodig, want een professioneel fotoverslag vind je hier. Overigens heb ik mijn blackberrykabel niet bij me. Ik kan u nog wel de volledige setlist meegeven, maar die ligt momenteel ergens in een handtas te vermolmen. Morgen meer!

On another note, and not quite there yet is er ook nog Johnny Berlin. Muzikaal komen ze nog niet in de buurt van voorvernoemde bands maar ze maken wel leuke deuntjes. Een paar jaar geleden schreef ik nog over hun debuutcd’tje het volgende:

De intro moet je hen vergeven. De eerste noten klinken namelijk alsof enkele pubers papa’s oude MOOG op zolder hebben gevonden. Afgezaagde synthesizerriedels worden aangevuld met een basgitaar, je voeten beginnen alsnog onbewust mee te tikken op het opkomende ritme. Donkere fluisterende stemmen erbij, nog steeds ietwat cliché, maar daar beweegt je bovenlijf al. En dan plots de zang. “Money smells good”. Je ontwaakt en kijkt verbaasd naar de fabrikanten van deze muziek. Johnny Berlin.

Die verbazing blijft de rest van  “Find what you love and let it kill you” aanhouden. Op deze debuutcd blijkt al snel dat de vier jonge snaken uit het Limburgse Sint-Truiden verdomd goed weten wat muziek maken is; en op diezelfde zolder papa’s oude platen hebben teruggevonden  Ze laten opzwepende keyboardklanken flirten met catchy gitaarriffs en maken zo een pakkende mengelmoes van postrock en indiewave. De hele cd heeft een Joy Division-feel, en ook van the Cure zijn ze niet vies. De melancholie druipt van de teksten, en in combinatie met clubby synths en scherpe gitaarklanken geeft dat het effect dat ook the Killers en Interpol maar wat graag bereiken.  Nee, dit is niet zomaar een bandje dat zich van hun jeugdhuis los wil rukken. 

 

Sinds die cd in 2008 hebben ze niet bijster veel uitgestoken, althans als we hun muzikale producten mogen geloven. Zelf gaan ze prat op hun pro-activiteit, nieuwe songs en een nieuwe drummer. Voorlopig showen ze enkel die laatste al, die cd zit er in februari wellicht in. Vooralsnog kunnen we genieten van hun oude (en na twee jaar nog steeds relevant goede) nummers, met de wetenschap dat ze live even sterk (zoniet sterker) zijn dan op cd. Bref: wie zin heeft in een geweldig aangenaam optredentje samen met uppermiddleclasswhore yours truly, in het geweldigste muziekcafé van België: 22 november, 21h30, Video, Gent. (Of vanavond in De Blauwe Kater, Leuven)

PS: ja de link van mijn blog is een BlackKeys-lyric. Luister er “she said” maar op na. 

Bloody Awful

12 Nov

Om bij gender-identity te blijven: stuitte ik me zonet even op deze “kunst”werkjes van Jennifer Weigel, genaamd “The Menstruation Series”

day one

day two

day three

Deze zelfverklaarde artieste uit, hoe kan het ook anders, Missouri, vangt maandelijks het menstruatiebloed van haar en al even geschifte girl friends op in een speciaal soort tampon om daar later dolfijn mee te gaan kliederen. (google vooral naar de “Moon Cup” als u plant zelf uit uw huiselijke IKEA-sleur te breken door het behang te customizen).

Zelf verklaart ze het als: While continuing to redefine the idea of art and artmaking, I am seeking to help demystify this process of the female body. By making art about menstruation and even using the by-products of this natural occurrence, I also hope that I might encourage more women to find ways to celebrate their own cycles through art.

Explication Extra pour mes chèrs lecteurs masculin; ik ken geen enkele gezonde vrouw die haar menstruatie bejubelt, op een angstige tienergriet na. Er is niets feestelijks aan dat proces van hevige buikkrampen, stijve rug en voor sommige arme zielen komt er dan nog eens gewrichtspijn en migraine bij. Om nog maar te zwijgen over het gefoefel met tampons, pun intended. Ik denk dat werkelijk geen enkele vrouw bij het lezen van voorgaand citaat strijdlustig een vuist in de lucht en een vinger in haar slipje steekt, maar uw feminiene friends mogen mij altijd van het tegendeel bewijzen.

Bref, Weigel heeft hiervoor dus werkelijk een platform gekregen en toert met haar “tentoonstelling” door de United States –waar ze nochtans van minder vergrijp opkijken. Niet dat haar werkstukjes walgelijker zijn dan de Cloaca van Delvoye, maar het staaft wel mooi het punt dat ik vanochtend Gust de Meyer las maken in P-Magazine. Die pleitte voor een grondige herziening van het cultuursubsidiebeleid in België, iets wat Anciaux destijds niet in dank werd afgenomen. Met enkele rake uitspraken hekelt hij niche-theatergroepen die voor een man en een paardenkop spelen, beeldend kunstenaars die zich een week lang met hun varken laten opsluiten of zelfbedruipende bands die allemaal in de grote subsidiepot kunnen graaien.

De Meyer maakte brandhout van al dit zogenaamd “elitair gebazel” door te staten dat ‘Komen Eten’ hem meer leert over het echte menselijke leven dan Delvoye’s Cloaca. Ik had denk ik graag les gehad van deze wandelende bus rake one-liners. Frappant vond ik het voorbeeld van Jan Fabre die vindt dat de overheid hem elk jaar 2 of 3 miljoen euro zou moeten toekennen om hem wat te laten dromen, zonder dat daar iets tegenover staat. Diezelfde Fabre die jarenlang kunst in’t zwart heeft verkocht, diezelfde Fabre die zoëven een acteur liet plassen en klaarkomen op de buhne (en wieweet ook op de onfortuinlijke zieltjes van de eerste rij). Benieuwd met wat voor ongein de liefdesbaby van Fabre en Weigel zou afkomen… wiegedoodjes op sterk water? Een gazonbemester met braaksel? Alles kan, en in the name of the art zal er altijd publiek voor zijn, liefst met montuurloze brilletjes en heel veen crêpe de chine.

Aangezien iemand anders het vaak al eens beter zei steel ik schaamteloos de woorden van een écht kunstenaar:

 

Art is what you can get away with.
-Andy Warhol-

Met de wijven niks als last.

11 Nov

Radiozender Studio Brussel schalt vandaag  uit uw boxen met het toch wel unieke concept Studio Brusselle, een dag waarop enkel vrouwelijke presentatoren en “vrouwelijke bands” te horen zullen zijn.  Aanleiding hiervoor is “vrouwendag”, een geheel smaak’loze en overbodige “feestdag” die al even smakeloos valt op Wapenstilstand, terwijl het in de rest van de wereld op 8 november gevierd wordt. Tant pis, los van alles zijn de vrouwelijke stubru-presentatoren top, en er zijn toch enkele van mijn muzikale helden van een vagina bedeeld. Denken we bijvoorbeeld aan Stevie Nicks, Karen O, Nico, Cyndi Lauper, Debbie Harry, Diana Ross, Kim Deal, Billie Holiday, Laura_marie Carter en Brodie Dalle. Ik ben echter niet te vinden aan al dat “meisjes-aan-de-top” gescandeer.  

Ik weet dat heel wat mensen waaronder klasgenoten hun staafmixer naar mn hoofd zullen smijten, maar is al dat feministische gezemel niet wat voorbijgestreefd? Is het werkelijk zo dat een vrouw minder bedeeld wordt in deze oh zo unfaire maatschappij? Ik kan u vertellen dat als dochter en kleindochter van zelfstandig ondernemers en bedrijfsleiders (OOK de vrouwen, lui) dat het vaak de vrouwen zélf zijn die zichzelf teniet doen, en niet de regelingen of voorkeuren die het bedrijf hen oplegt. Hoe vaak ik mijn moeder of grootvader al niet letterlijk met de handen in het haar heb weten zitten omdat een van hun “topwijven” die tevens hoofd aankoop was het plots “niet meer zag zitten” om weer fulltime aan het werk te gaan . Ik gok dat heel wat andere bedrijven met dezelfde verhalen afkomen. Het is eerder hormonaal dan wiskundig, maar een boel vrouwen verwerpt hun carrière eens ze geworpen hebben. Dat is hun keuze, hun goed recht, en niet een dogma van de oh zo harde bedrijfswereld.

Furieuze firmafeministes scanderen dan voor betere regelingen voor moeders-met-kind op het werk, zoals crèches binnen het bedrijfsgebouw of godbetert een afkolfruimte. Dat laatste verzin ik voor alle duidelijkheid NIET. Ik kan u vertellen, vast-wel-intelligente-vrouwenrechtenverdedigster, dat mijn moeder het perfect gered heeft ZONDER deze faciliteiten, en zo ook vele vrouwen met haar. Je kan mits ambitie en een goed moederhart perfect de taak van bestuurslid als mama uitvoeren. En laat me u even in de kiem smoren: een man zou evenmin moeten thuisblijven van zijn job als een vrouw dat zou moeten, “verfrissende visie van het rollenpatroon” ten spijt. Wie er thuisblijft en hoe de opvoeding geregeld wordt is iets wat onder partners besloten wordt, en niet onderhevig moet zijn aan Flair-theorieën of Yasmine-god hebbe haar ziel-gechant.

Overigens. Dat glazen plafond, allemaal goed en wel, maar eens vrouwen zich erboven bevinden klagen ze dat de mensen onder hen naar hun slipje staren. Ja, in bepaalde wereldjes heeft een vrouw het iets moeilijker om serieus genomen te worden, al zeker niet wanneer zij haar baas na haar uren serieus neemt. Maar dat zou u, ambitieuze amazones van het bedrijfs- en algemene leven, toch niet mogen tegenhouden? We leven in een samenleving waar vrouwen voldoende kansen krijgen dunkt me, en waar het feminisme louter nog als stok achter de deur gebruikt wordt voor secretaresses die zich minder bedeeld voelen. Just my two cents uiteraard.

Het is heerlijk om in deze samenleving tot het vrouwelijke ras te behoren;  en hipstick als ik ben hou ik toch graag vast aan de traditionele waarden. Eerlijk is eerlijk, ik strijk liever mijn vent zijn onderbroeken dan dat ik het gras afrij. Misschien weet ik niet voldoende over het onderwerp maar mij lijkt het dat net DOOR al dat baarmoederhalzige geboehoe van vrouwenorganisaties dat de vrouw weer in een zwakke positie wordt gedwongen.

Lieve feministes, afkeurige beenhaarkweekster, beste single, 
ik ben een van die tuthoela’s die jullie met te veel peper en zout (want jullie zijn waarschijnlijk ook te feministisch om zélf een spatel in de ronde te slaan) op de brandstapel smijten. Ik kijk triest en met knipperende wimpers naar treinconducteurs, en huil om mijn gelijk te krijgen. Ik laat mij liever rijden dan dat ik zelf achter het stuur kruip en op mondelinge examens zijn mijn jurkjes zonodig nog korter. En sinds wanneer maakt het feit dat ik me -zonder een cent op zak – godvergeten pleuris kan drinken op café mij het zwakke, minderbedeelde geslacht?

 En nu jullie weer

All that twitters is gold

5 Nov

Zoals in mijn vorige blogpost al vermeld staan vele journalisten-in-spé niet te trappelen om social media te gebruiken. Ze hebben allemaal facebook, en sinds kort een opgelegde blog, maar als je jezelf uit als een twitterista wordt je in je gezicht uitgelachen. Nochtans zal twitter naar mijn mening een steeds belangrijkere rol invullen in het communicatieproces. In volgende belachelijk lange blogpost probeer ik hen ervan te overtuigen de gevaarlijke stap naar het Twitterdom te wagen. Ja lui, ik ben een digitale hoer en doe er alles aan om mijn aantal followers te overtuigen. Zij spreken academisch, ik waag me er voor een keertje ook aan.

Op een voorheen ondenkbare schaal biedt het internet tegenwoordig de mogelijkheid informatie te publiceren, door te geven, op te zoeken en te gebruiken. Iedereen kan die gegevens afhalen, en iedereen kan er ook aan toevoegen. Geloofwaardigheid en integriteit staan onder druk in deze snelle toevoer van informatie. Steeds meer diensten en overheidsdata kunnen digitaal worden geleverd, waardoor burgers, overheid en media interactiever met elkaar kunnen communiceren.

In deze overvloed aan informatie zoeken journalisten naar betrouwbare bronnen. En dat is niet altijd even gemakkelijk.

De concurrentie is groot, en de dorst naar snelheid en de drang een scoop vast te hebben is enorm. De druk om allerlei verhalen en geruchten in een vroeg stadium naar buiten te brengen wordt hoger, want anders gebeurt het via Internet. Datzelfde internet dat wereldwijd te raadplegen teksten bevat, geschreven door mensen die deuren openen die voor anderen gesloten blijven, wordt steeds meer als journalistiek medium beschouwd. En waarom ook niet?

Op 26 november 2008 beleefde de Indiase stad Mumbai haar 9/11. Negen terroristen vielen zwaar gewapend verschillende doelwitten binnen. Het dodenaantal liep op tot meer dan 180. Overal in de stad zochten mensen, slachtoffers en ooggetuigen toevlucht tot hun gsm’s. Om hun familie te verwittigen, om op hun mobieltje naar nieuwsuitzendingen te kijken, maar ook om hun ooggetuigenverslag en actuele ontwikkelingen met de wereld te delen.

Nog voor andere traditionele media over de aanslagen berichtten verschenen er verschillende korte berichten op twitter. Wanneer op de hoofdpagina van twitter.com de zoekterm “mumbai” ingegeven werd viel er te lezen hoe verschillende getuigen verslag uitbrachten van wat er zich op dat moment in hun stad afspeelde. Een screenshot.

Toch was dit niet allemaal even ayo-positivo. Vele kranten en nieuwssites namen deze korte berichtjes immers over als zijnde correcte informatie, aangezien de afzenders van deze informatie ooggetuigen waren. Er werd geen rekening gehouden met correctheid van informatie, en al gauw stond het internet vol over deze aanslagen. Journalist K Hendrickx schreef hierover in De Morgen van 28 november “De intensiteit van het elektronische verkeer toont hoe de erg technologiegeoriënteerde Aziaten steeds vaker ook burgerjournalisten worden. Vooral bij grote rampen zoals nu of bij een aardbeving in China eerder dit jaar blijken ze stukken sneller en vollediger dan de traditionelere media. Ook bij de tsunami in 2004 of na de treinexplosies in 2006, ook al in Mumbai, speelde het internet een prominente rol.” 


Het probleem situeert zich dus niet enkel rond de betrouwbaarheid van de online-informatie, maar ook rond de snelheid van het informatieproces. Twitter heeft hier en in het verleden gezorgd voor breaking news en zou de journalistiek dus van pas kunnen komen. Maar is twitter wel journalistiek? Wat is de rol van twitter binnen de traditionele media? En hoe kunnen (of beter: MOETEN) deze traditionele media inspelen op de nieuwe marktspeler?

Wie Twitter gebruikt, antwoordt steevast op de vraag “What are you doing now?” Het vertrekt vanuit de ik-persoon: wat ervaart de twitteraar? Uit de definities van journalistiek springen de woorden ‘waarheid’, ‘onpartijdigheid’, ‘informatie met bekende oorsprong’ in het oog. Journalistiek vertrekt dus vanuit feiten, niet vanuit indrukken. Op basis hiervan kunnen we al concluderen dat twitteraars geen journalisten zijn. Ze zijn zelden objectief, zelden onpartijdig.

De twitter feed in de screenshot is meer gebaseerd op indrukken dan op feiten. Niemand van de twitteraars weet zeker wat er gebeurt. Ze horen schoten. Iemand denkt aan straatgeweld en bendes. Het is niet minder maar zeker ook niet meer dan een ooggetuigenverslag, doorspekt van emoties. Daarom dat twitter hooguit een journalistieke bron kan zijn. Twitter echter “journalistiek” noemen doet journalisten, die de journalistieke deontologie moeten volgen, oneer aan.

Twitter valt daarom onder de noemen “burgerjournalistiek”, ook wel citizen journalism genoemd. Met de komst en de groei van het wereldwijde web is de burger niet langer een consument van informatie, maar hij kan ondertussen ook zélf informatie produceren. De journalistiek is in principe een vrij beroep, en dat zorgt ervoor dat iedereen zich journalist kan noemen; iedereen heeft recht op vrije meningsuiting. Maar daarom is niet iedereen een journalist. Wat journalisten onderscheidt van de zogenaamde al dan niet anonieme“burgerjournalisten” is dat journalisten rechtstreeks aanspreekbaar zijn, en dus ter controle of verantwoording kunnen worden geroepen. Voorts is een journalist opgeleid en onderhevig aan enkele ethische codes.

Journalistiek stelt immers eisen aan de gehanteerde methode om feiten de bepalen, en het belangrijkste kenmerk daarvan is verifieerbaarheid, zoals Peter Vasterman van De Nieuwe Reporter zegt. “Het moet mogelijk zijn om de werkwijze van de journalist te controleren en na te gaan of hij of zij op een betrouwbare manier tewerk is gegaan. Je zou kunnen zeggen dat er pas sprake is van journalistiek als aan die eisen van waarheidsvinding is voldaan.”

Bij burgerjournalistiek is dat niet het geval. Men kan daarom beter spreken van burgerverslaggeving, en die staat in tegenstelling tot de werkelijke journalistiek niet garant voor betrouwbaarheid. Tenslotte kan iedereen, en dat wil zeggen zowel een professor als een grappenmaker, zijn ‘nieuws’ de wereld insturen. Hij of zij hoeft daar niet eens verantwoording voor af te leggen: het kan allemaal anoniem via sociale media als weblogs of Twitter.

Hoort Twitter dan absoluut niet thuis in de journalistieke media? Toch wel. Twitter is dé plaats waar nieuws doorkomt. Breaking news. Terwijl de gewone journalist nog onderweg is naar de plaats van de feiten, zit de burger er met zijn neus op. Elke gsm heeft tegenwoordig een camera, een videofunctie, kan online gaan, … Waarom zou je daar als klassiek medium geen beroep op doen?

De maatschappelijke verantwoordelijkheid van de media weegt soms te zwaar op een enkele journalist. Want zoals Will King van CNN het zo mooi verwoordde: 

it’s always prime time somewhere

Citizen journalism kan hierbij een handje helpen. Elke journalist hoort van Twitter gebruik te maken. Het geeft  hen oneindig veel mogelijkheden om scoops op te doen, om geschikte interviewees te treffen, zelfs om materiaal te vinden dat een verhaal kan staven.

Twitter is echter geen persagentschap, en de informatie moet dus driedubbel gecheckt worden door de journalist. Maar samenwerking tussen de journalistiek en de social media sites is zeker mogelijk -misschien zelfs noodzakelijk- in de toekomst.

Ook Shayne Bowman en Chris Willis pleiten in hun “We Media” voor 
participatory journalism: The act of a citizen (or group of citizens) playing an active role in the process of collection, reporting, analyzing and disseminating news and information. The intent of this participation is to provide independent, reliable accurate, wide-ranging and relevant information that a democracy requires.

Door coöperatie en dialoog kunnen de twee partijen elkaar aanvullen en verrijken. Uiteraard moet deze samenwerking gereguleerd worden en onderhevig zijn aan enkele gedragscodes.  Als waakhond van de democratie kan de journalist de burgerreporter immers niet uitsluiten, maar hij kan er wel beter en kritischer mee leren omgaan. Als hieraan voldaan kan worden treden we een wereld overladen van snelle maar vooral juiste informatie tegemoet. En dat komt iedereen ten goede, zeker de op aandacht beluste sensatienarcisten als mezelve! 

 Met dank aan en in de spirit van #FF; @avaneech en @boskabout.  Als deze laatste zin voor jullie gelijkstaat aan Chinees (/sinologie-studenten) is het hoog tijd dat jullie de overstap wagen. So twitter up, classmates, you’re in for a treat.

Greetings,

@FakePlasticRuby

  PS: wie een andere blog omtrent het Mumbai-gebeuren en wat dit voor de journalistiek heeft betekend wil lezen kan dat hier. Zorg wel dat uw Engels up-to-the-le-date is.

 

Sink Or Swim

5 Nov

For centuries, writers have experimented with forms that evoke the imperfection of thought, the inconstancy of human affairs, and the chastening passage of time. But as blogging evolves as a literary form, it is generating a new and quintessentially postmodern idiom that’s enabling writers to express themselves in ways that have never been seen or understood before. Its truths are provisional, and its ethos collective and messy. Yet the interaction it enables between writer and reader is unprecedented, visceral, and sometimes brutal. And make no mistake: it heralds a golden era for journalism.

Andrew Sullivan, befaamd blogger voor The Atlantic maakt in zijn volledig blogonwaardige Why-I-Blog-post van negen A4-tjes duidelijk waarom hijzelf begonnen is met bloggen. Hij ziet het onderandere als een noodzakelijk tool voor journalisten, een mooie uitlaatklep voor aspirant-schrijvers. Yet still…

Een van de eerste schoolweken tijdens mijn nieuwe masteropleiding journalistiek werd ons een lezing voorgeschoteld van Roland Legrand. Chef Nieuwe Media bij De Tijd en zelf ook blogger/twitterveslaafd. Hij kwam met dezelfde verlichtte boodschap: spam uw gedachten het internet rond. Gebruik die wondere digitale wereld voor nieuwsgaring en nieuwsverspreiding. Mijn klasgenoten zaten en keken ernaar, vaak met een conformistische “fuck het intenet”-blik op hun ambitieuze smoeltjes gebeiteld. Met een uitzondering of twee waren al die mensen die “droomden van schrijven” en claimden “geïnteresseerd te zijn in zowat àlles” nog niet aan een blog begonnen. Groot was hun ergernis en verbazing toen bekend werd gemaakt dat ze, jawel, zélf een blog zouden moeten opstarten. We zijn nu een maand verder en wanneer ik sommige schrijfsels van mijn klasgenoten en topjournalisten-in-spé lees snap ik bij de amehoela niet waarom ze er zo wijfelachtig tegenover stonden. Er zitten werkelijk héél erg goede blogs bij, waar ik geen reclame voor zal maken teneinde ooit nog vriendjes te maken. U kan echter HIER zelf al klikkendeweg oordelen over het blogpotentieel van de Geschreven-En-Online-Media-lichting van dit jaar.

Ik was een van de geeks die al het internet bevuilt sinds 2008. Op die twee jaar tijd heb ik complete shit en waarlijke meesterwerken gedeeld met mijn vrienden en liefhebbers, en FakePlasticRuby is een ienieminimerkje geworden. Ik heb lovers, ik heb haters, en het overgrote merendeel van de bevolking heeft nog nooit van mij gehoord. Toch hanteer ik al jaren het handelsmerk: “ik blog, dus ik besta“. Zo ook Sullivan: 

What endures is a human brand. Readers have encountered this phenomenon before. It stems, I think, from the conversational style that blogging rewards. What you want in a conversationalist is as much character as authority. And if you think of blogging as more like talk radio or cable news than opinion magazines or daily newspapers, then this personalized emphasis is less surprising. People have a voice for radio and a face for television. For blogging, they have a sensibility.

Mijns inziens heb je twee soorten bloggers: de mensen die iets te vertellen hebbben, en mensen die weten hoe iets te vertellen. Ik reken mezelf tot die tweede categorie. Ik heb zelden originele ideeën, en als ik al eens mijn vingers hun gang laat gaan heb ik al meerdere mensen op hun gevoelige tenen getrapt. Mensen die naar mijn blog surfen kennen mijn stijl. Ze weten dat mijn zinnen te lang zijn, dat ik er alles aan doe om te kunnen allitereren, dat mijn liefde voor het Nederlands noodgedwongen doorboord wordt door het Frans. Ik word gedreven door boosheid, passie en bewondering, maar ben te lui om er fundamenteel iets tegen te doen. Ik ben de trut die langs de zijlijn commentaar geeft op uw outfit, maar zelf misschien iets te veel cellulitis heeft voor haar korte jurkje. Ik ben dat hersenloze wicht dat kankert op het mediacircus, maar bij de persverkoper zelf verleid wordt door de krantenkoppen van Het Laatste Nieuws. Ik ben de hypocriete helleveeg, de  theatrale teef, de sadistische snob en de leeghoofdige lellebel. Et Alors? U surft naar mijn blog, u weet wie ik ben, en overduidelijk geniet u ervan.

Eerlijk is eerlijk, ik kreeg ook even het koude zweet toen ik hoorde dat mijn blog beoordeeld zou worden door mijn professor. Want hoe blog-waardig is mijn blog? Dit is voor mij een uitlaatklep voor geschifte oneliners, of voor twitterberichten die te lang zijn. Het is een tabula ranta voor ellenlange betogen die ik op café niet durf te houden en de oppervlakkige nieuwtjes die ik in artikels niet kwijt kan. Er is Een Publiek voor, aangezien ik een gemiddelde van 65 bezoekers per dag heb, maar is dat wel voldoende? Volgens Sullivan alvast wel. Een blog is whatever jij wilt dat het is, het is een verlengde van een dagboek of een persoonlijke krant. Het zijn pamfletten of het is een forumthread. Dat is misschien wat bloggen nowadays zo aantrekkelijk maakt. De grootste nitwit heeft heden ten dage een online platform waar hij of zij af en toe wat op komt brallen. Sullivan noemde het “The financial wherewithal to self-publish. The fearlesness that is now available yo anyone who can afford a computer and an Internetconnection”.

Blog away, I say; en wees trots op wat u schrijft. U maakt deel uit van het digitale tijdperk, u beleeft uw 15 terrabytes of fame. Bijt u erin vast met een gulzigheid die u normaal enkel tijdens de kerstdagen of de Soldenperiode ervaart, en schaam u voor niets. Ik ken bloggers die iedere blog zorgvuldig afwegen. Die een map vol wordbestandjes op hun computer hebben, nog-net-niet-helemaal-klaar om gepublished te worden. Er zitten weken, zelfs maanden tussen hun afzonderlijke blogposts. Dat zijn naar mijn mening, en die van Sullivan, geen bloggers. Dat zijn mensen die hun blog louter gebruiken als gigantisch reclamebord voor zichzelf, en die per uitzondering eens een verlicht-schrijven moment hebben. Zo werkt het echter niet.  Een blogger’s block is onbestaande, u moet uzelf  NU uitdrukken. Op het moment waar de emoties nog door uw lijf gieren, de woede nog op uw lippen schuimt, uw slipje nog nat is van opwinding en uw humor nog kraakvers is.  Alles kan, alles mag, met 1 gulden regel

The key to understanding a blog is to realize that it’s a broadcast, not a publication. If it stops moving, it dies. If it stops paddling, it sinks.

Remember Remember

5 Nov

this year’s November, want het ware/is een fantàstische concertmaand
Yeasayer, Jimmy Eat World, Minus The Bear, The Boxer Rebellion, Tallest Man on Earth, The Gaslight Anthem, Chuck Ragan, The National, The Black Keys, Attack Attack, The Tellers, Sonic Boom Six, …

NOU!

(sluiertipje; december begint er ook al lekker uit te zien. Mark Lanegan alleen al draagt daarvoor de verantwoordelijkheid)

De Gelezen Levieten

1 Nov

Wie het ongeluk opzoekt moet achteraf niet komen jammeren, maar lieve God ende Jahweh wat heb ik nood aan een fraaie met retropapier behangen klaagmuur na de voorbije middag. De Boekenbeurs bezoeken (ja jullie gebeden hebben duidelijk gewerkt!) op één november met een gloeiende koortskop en een pijnlijke rug is vràgen om een pesthumeur. I’ve got what I bargained for.

Aangezien pro-activiteit een van mn stokpaardjes is zet ik mn ergernissen om in een bruikbaar whatdo-book voor de Medemens die “verlofdagen” gebruikt om zich ‘en masse’ en ‘en marginale’ op een of ander evenement voort te slepen. Bobbejaanland. Flair Shopping Day. De première van “Zot van A”. De Boekenbeurs.

Aanschouwt hier dan ook mijn Guide-To-Getaways, die waarschijnlijkerwijze niet voor jullie nobele en wijze oogjes bestemd is. Maar wieweet is het aangenaam leesvoer.

1) De camera is niet uw vriend.
Het is zeer waarschijnlijk dat een actie of openingsdag gefilmd zal worden door een lokale of nationale nieuwsdienst. In tijden waar het politiekgewijs maar niet opschort en zelfs een terroristische aanslag in bijna-EU land Turkije de journaalheadlines niet haalt is komkommernieuws de delicatesse bij uitstek. Gelieve de uiting van uw opwinding echter te beperken tot een elleboogstootje aan uw buur of een schampere “ha!”. Er is absoluut geen nood om stil te blijven staan en de hele rij slenteraars achter u op te houden omdat u tevergeefs met uw kop voor de camera wil gaan hangen. Een kleine koude douche van een studente journalistiek die het reilen en zeilen van nieuwsselectie en nieuwsgaring een beetje onder de knie heeft: uw opgewonden rode blinksmoel haalt hoogstwaarschijnlijk de eindmontage niet. Overigens bent u waarschijnlijk niet het journaalkijkende type, dus u zou het resultaat niet eens hebben kunnen bewonderen.

2) Denk aan uw voorkomen
U beweegt zich nog steeds op een openbare plaats voort, en uw drijfveer is waarschijnlijk onderandere die dat u achteraf kan zeggen dat u “erbij” was en het ook “gezien” heeft. Laat het daarbij. U wil echt niet zelf gezien of, God behoede, geroken worden. Was uzelf dus de bewuste ochtend, en trek propere normale kleding aan. Een klein vogeltje fluistert me in dat signerende Sonja Kimpen niet onder de ondruk zal zijn van uw bloot middenrif, hoe afgetraind het ook moge zijn.

3) Laat kinderen die nog niet zelfstandig kunnen bewegen thuis.
Verschillende pedagogische bronnen leerden me dat buggyzitten gepast is tot het derde of vierde levensjaar. Daarna zou u uw kleine dreumes maar beter aansporen tot wandelen, desnoods met een beetje hulp van Aerosmith. Diezelfde bronnen leerden me dat een normaal kind rond zijn vijfde of zesde verjaardag leert lezen, en bijgevolg interesse kan beginnen tonen in (lees)boeken. Hieruit trek ik de logische conclusie dat buggy’s, poussettes, kinderwagens, landeaus, koetsen en maxicosi’s met vierwielaandrijving niet noodzakelijk aanwezig hoeven te zijn op De toch al overvolle Boekenbeurs.

4) Hou steevast uw einddoel in de gaten
Zoals u uit bovenstaande proza al kon deriveren zijn er verschillende afleidingsmogelijkheden aanwezig op grootschalige evenementen. Collega’s, vrienden van ‘in’t middelbaar’, scabreuze “ziet wat die àànheeft” schepsels, boekenminnende BV’s, boekenschrijvende BV’s en journalisten. Probeer deze echter allemaal te negeren, en hou een nuchtere geest en een gepaste pas aan.

Who knows, you might actually buy a book.