Archief | april, 2009

Baby-comeback

27 Apr

Vannacht droomde ik dat ik een kind had gebaard. Een ‘Felix’, wat geluk schijnt te betekenen. Mensen die mij kennen zullen momenteel op de dichtstbijzijnde wc hun blaas aan het legen zijn van het lachen, bij deze geef ik ze hier even de tijd voor.













Felix dus. Vaak hebben mijn dromen alles te maken met het boek dat ik voor het slapengaan heb gelezen. Ik verslind ze namelijk, die boeken. Twee exemplaren per week vind ik een mooi gemiddelde, en wees gerust: er zijn zoveel prachtexemplaren op de markt dat ik zelfs aan dit tempo nooit of te nimmer een Kristien fucking Hemmerechts zal moeten openslaan. De oorzaak-gevolgzoekster in mij moet alvast mijn boekenkast niet uitspitten naar de boosdoener van deze volstrekt belachelijke droom: la cause est dans la rue!

KindjesKopen. Een onoverkomelijk nevenverschijnsel van fluitende vogeltjes, stampers en meeldraden. Het lijkt alsof heel Antwerpen dezer dagen met een bol buikje over straat strompelt. Glimmend van trots of prematuur moederzweet stralen ze in de eerste zonneschijntjes. Ze zijgen op bussen met een verontschuldigend glimlachje neer op het plaatsje dat vooreerst het jouwe was, en kloppen met een alomvattend gebaar op de voetbal onder hun tshirt. “Ik word mama”. Ik word niet goed.

Ik ben, ondanks mijn leeftijd en geslacht, écht heus werkelijk absoluut niet te vinden voor gespuis jonger dan 19 jaar. En al helemaal niet voor hun piepjonge, roze, rimpelige of zelfs foetale versie!
De dochter van mijn tante en haar al even nichterige vriend hadden ooit het onwaarschijnlijk stomme idee om een keertje hoogzwanger voor mn deur te staan. Fier als een gieter en rond als een terracottapot vol buxus liet ze zich in mijn leren zetel ploffen. Net op tijd kon ik de gruwel van brekend water op mijn brokaten bankstel uit mn gedachten bannen en had ik het fatsoen te vragen hoe ze zich voelde. De details van wat volgde zal ik jullie min of meer besparen maar er kwam mijn hand, een blauwgeaderde opgerokken buik en een schoppende net-geen-foetus-meer aan te pas. Tot op de dag van vandaag heb ik deze tenenkrullende ervaring nog niet verwerkt.

Waarom willen vrouwen zich zo persé laten bezwangeren?? Negen maanden lang vervetten, janken, ongecontroleerde flatulentie, pijnlijke borsten en kwabberige armen. En alsof onvermijdelijke striae en een derde, vierde, soms wel vijfde kin nog niet genoeg miserie is, moet de echte horror daarna nog beginnen. De Bevalling. Als ik ooit het achterlijke idee krijg me te laten voljassen door Mijn Mister Right(Now) en in een romantische bui die bal slijm en zaad in mn baarmoeder besluit te houden, spuit ik zonder pardon een kilo Brown Sugar in mijn schaamlippen op de dag dat ik uitgerekend ben. That’s a promise I tend to keep.

Fistfucken met een professioneel basketbalspeler ten spijt- welke God heeft er besloten een voorwerp van die grootte door een opening van die engte te jagen? En welke in de verloskameraanwezige man kan de venusheuvel van zijn liefste daarna nog zonder bloed, slijm, klemmen en knipscharen voorstellen? Een kniesoor die daar waarschijnlijk op let, want na enkele uren labeur ligt er een wriemelend krijsend onding in zijn armen dat hem de komende jaren van zijn nachtrust en tegelijkertijde zijn libido zal ontroven.

Eind goed, betterfood.