Archief | september, 2008

whiskey a go go

25 Sep

Laat mij sterven.

Telkens wanneer mijn lichaam herrijst uit de krochten van een voormalig nachtje vertier, knalt deze zin als een gedesoriënteerde bosmarmot tegen mijn hersenpan aan. Nooit weer zal ik drinken, zuipen, zwelgen, en nimmer maak ik mijzelf nog ZO belachelijk.

Ziet u, lieve lezer, ik heb geen idee hoe ik de grens moet bewandelen, en bijgevolg eindigt iedere avond op slapen met a) een nobele (en in daglicht geplaatste niet zo lekkere) onbekende of b) de kotsemmer. Ik prefereer het laatste, aangezien dronken seks zelden tot nooit goed is. Na een pint of vijf zes, aangevuld met verschillende traktaties al dan niet met cola of –the horror- fruitsap ben ik zo goed als gedehydrateerd. Zelfs gefoefel met glijmiddel herleidt dronken gedauw algauw tot de Wip van Murphy.

Gisternacht was er weer eentje om in te kaderen. Als mijn verstand me niet in de steek laat heb ik gisteren eisen gesteld à la “als ik voor jou mdma scoor, moet jij me nog eens neuken”.

Pire encore, c’est bien possible

Advertenties

Ik haat oude mensen

3 Sep

Dit gedachtegoed sloop al wel een poosje door mijn bewustzijn, maar nu mijn vuisten zich geheel vrijwillig op het smoelwerk van mijn eigen bloed wilden planten neem ik mijn ‘revolte’ toch wel vrij serieus.

Mijn oma is op bezoek. Mijn arme arme moedervanmijnvader. De sloerie heeft haar 3e man, mijn eerste opa, zopas verloren, en nu vangen wij (de gezinnen van haar twee zoons, elk van een andere man, gokken wij) de duts op. Elke week komt ze bij ons eten, en elke week groeide mijn haat jegens het valse kreng, en daarenboven haar gehele generatie. Ze bestaan waarschijnlijk hoor, de olijke ouderlingen. Dat zijn mensen die niet verzuurd zijn geraakt door het wel en wee van hun buren en diens eksterogen. Prijs jezelf gelukkig en ga wat vaker bij hen op bezoek, of geef’s een belletje, want voor je het weet zijn ook zij ingepekeld.

Het vrouwmens dat hierbeneden echter op stukken scoutsmarsepein zit te sabbelen, is van een geheel ander kaliber. Gepekeld is al niet meer het juiste woord. Ze is rot. En daarmee bedoel ik niet dat ze gemeen is, ze is gewoon verdorven. Ze hoort niet meer goed, ze slaapt niet meer goed ze loopt niet meer goed en ruikt bovenal NIET GOED! Ze doet haar best om vriendelijk en geinteresseerd te zijn (DENK IK !!) maar komt ronduit irritant over. Als ze zich met haar zware uitgezakte lijf zich te zetten heeft gezet in onze zetel en haar ingezwachtelde benen op een zitzak… – voezavee l’image! – hijgt en kreunt ze om aandacht. Niet dat ik geen vriendelijk mens ben, ik kan enorm lief zijn, maar de mensen moeten me wel blijven boeien. Élke week diezelfde litanie, diezelfde anekdotes en diezelfde vragen.

Ja Lydia –de buurvrouw- heeft nieuwe gordijnen, ja ’t is nog steeds warm deze tijd van het jaar en we weten al lang dat de vriend van ‘ons Céline’ voor politieagent studeert. (“En ’t is toch zone vriendelijke ”)

Op zich lijken dit allemaal onschuldige prevelingen (ware het niet dat bomma Wednesday een stem als een niet gesmeerde melkmachine heeft), maar week na week na week word je dit onderhand zo beu dat je ze met haar witte pafferige kop voorover in haar bord soep wil plensen (én houden). Ze staart. Ze staart! Dat is nog het meest enerverende van allemaal. Ze kan je urenlang aankijken en je wéét gewoon dat als je opkijkt je zal wensen om ter plekke een darmopstopping te krijgen zodat je toch met ietwat interessanter geluiden opgescheept zit dan haar eeuwige gemekker.

Ik kom waarschijnlijk zeer bot over, beste lezers, maar ik ben een gefrustreerd mens.

Elke keer als ik de tafel voor 5 gedekt zie staan kan ik spontaan beginnen janken. Het idee om alweer een bord voedsel (met dank aan Jamie Olliver’s schrijfsels) te moeten laten staan uit walging voor mijn tafelgenote stemt me droef. Je kan je niet voorstellen wat voor schouwspelen ik al heb moeten aanzien tussen brokkelige bruine tanden. Alsof je door een vermolmd sleutelgat naar een slachtpartij van een varken met pompoenballen aan het kijken bent. En je MOET blijven kijken, want zoals ik al zei, ze staart. Ze staart met een afwezige glimlach, broodkruimels aan haar wangdons hangend, wachtend op een sympathieke knik. Ze heeft immers nog heel wat te vertellen over de gordijnen van haar buurvrouw.

Ik ben gerust sociaal, en ik kan met veel onderwerpen mee (of toch tenminste doen alsof) maar ik verwacht van mijn gesprekspartner(s) TEN MINSTE een fatsoenlijke vorm van communiceren. Is het logisch dat iemand van 75 nog steeds adem genoeg heeft om een complete conversatie te schetsen?

JazeezeNeezeezeJazeeikNeezeezeJazeeze
NEEEEEEEEEE !!!!!!!!

Gevogel

3 Sep

Als rasechte stadsmus (met een slaapkamer aan de voor(lees:straat)kant van het huis) ben ik niet zo bekend met vogelgeluiden. De zwaarste burenruzie, de spetterendste maaginhoud, het aanhoudendste getoeter en eender wàt voor muziek er uit de raampjes van auto’s komt schellen: ik slaap als een roosje in mijn metropool.

Nu bewoon ik als student al een tijdje ‘dat andere Vlaamse stadje tussen Antwerpen en de zee’ en ik moet zeggen dat ook mijn nachtrust in mijn aan de tuin gelegen studentenkamer me zeer goed beviel. Tot voor enkele maanden.

Er heeft zich in mijn bush een vogel genesteld. Niet zo maar een vogel, nee, een heuse Passeriformes Bombycilla Garrulus.

Een ware brulboei die zich door mijn beglazing, gordijnen en trommelvliezen boort. En dit steevast van 05:00 tot 07:00. Waarachtig luid spuwt hij twee uur lang dezelfde eentonige fluit uit.
“tuutie tuutie tuutie” 4 seconden stilte “tuutie tuutie tuutie” ..

Nu poogde ik een tijd geleden dat onding even te spotten (en vervolgens van tussen mijn balkadijn een lege fles of vier-vijf te werpen), maar bleek het in een “aangrenzende” boom te huizen, minstens 20m van mijn raamkozijn! Twintig meter! De decibels die deze lucht(zwevende)-zak produceert zijn niet te overzien!

Mochten deze mij niet uit mijn slaap halen had ik nog kunnen genieten van het ietwat “landelijkere” Gent na nachtelijke uitstapjes, woeste braspartijen, deugddoende seks of zoals dezer dagen: een vruchtbare bloknacht. De fluitlelijk is jammer genoeg zodanig irritant en luid dat zelfs oordopjes niet werken.

Wat doe ik hier in godesnaam aan?!

De buurt (ik ben uiteraard niet het enige schaap die de verenkwal uit zijn slaap jankt, hij pest de hele zoölogie van de omgeving!) heeft al spiegeltjes, discoballen en vogelschrikken in de buurt geplaatst, er zijn zelfs afgrijselijk lichtblauwe knuffels in de boom gesmeten en ettelijke teenslippers… geen reactie.

(G)een kat kan hier iets tegen beginnen! Zijn nestplaats omzagen is buiten de kwestie, ik beschik niet over een luchtkarabijn en iets zegt me dat de Gebekte Bezangenisch van Gent niet onder de indruk zal zijn van een petitie ..